Waar komen deze bedragen vandaan?
Deze site is gebouwd op vier onderzoeksrapporten die elk bedrag hebben herleid tot de geconsolideerde wettekst per 1 januari 2026 of tot een officiële publicatie van de Belastingdienst, de Rijksoverheid, UWV, de SVB of RVO.
Wil je weten op welke bron één regeling rust? Zoek hem op — de bronnen staan onder de regeling zelf.
Als de wet en belastingdienst.nl elkaar tegenspreken
Waar de geconsolideerde wettekst per 1 januari 2026 een ander bedrag geeft dan een pagina op belastingdienst.nl, publiceert deze site het bedrag uit de wettekst. Het afwijkende bedrag staat er dan expliciet bij, met een link naar beide bronnen.
Zit je precies op zo’n grens, houd dan de laagste waarde aan of zoek vooroverleg met de Belastingdienst. Dat is de veilige route zolang het verschil niet is opgelost.
Regelingen waar dit speelt, dragen op hun kaart een blok Bronconflict met een link naar beide bronnen.
Welke onderzoeken liggen eronder?
Onderzoek 1 — Werknemers en uitkeringsgerechtigden
63 regelingen onderzocht · bekijk het domein
Kernbronnen 6
Onderzoek 2 — Vermogen, wonen en gezin
66 regelingen onderzocht · bekijk het domein
Onderzoek 3 — Pensioen en levensloop
32 regelingen onderzocht · bekijk het domein
Onderzoek 4 — Ondernemers
47 regelingen onderzocht · bekijk het domein
Belastingplan 2027 — voorstel, nog geen wet
Dit is wat het kabinet op Prinsjesdag (15 september 2026) heeft voorgesteld voor 2027 en later. Het parlement moet het nog behandelen: de Tweede Kamer vanaf oktober, de Eerste Kamer in december. Tot beide Kamers hebben ingestemd, kan elk punt nog veranderen of verdwijnen. Niets hiervan geldt voor belastingjaar 2026, en de rekentool rekent er niet mee.
Stand van 27 september 2026. Wat al wél wet is voor een later jaar, staat hieronder bij de voornemens.
Alle 15 voorstellen, met hun bronnen
| Onderwerp | Status | Wat het voorstel doet, en waar het staat |
|---|---|---|
| Tarieven box 1 in 2027 | Voorstel, per 1-1-2027 | Het tarief van de eerste schijf wordt 36,23% en dat van de tweede 38,16%; het toptarief blijft gelijk en begint bij hetzelfde bedrag als in 2026, dat dus niet wordt geïndexeerd. De grens tussen de eerste en de tweede schijf wordt € 39.247. Per saldo stijgen beide tarieven: een verlaging van 0,06 procentpunt uit het koopkrachtpakket valt weg tegen een verhoging die de lagere zorgpremies uit het coalitieakkoord moet compenseren. Bronnen: Tweede Kamer — kamerstuk 37 022: wetsvoorstel en memorie van toelichting · Begroting 2027 Sociale Zaken en Werkgelegenheid (pdf) |
| Inflatiecorrectie maar voor 48% | Voorstel, per 1-1-2027 | De bedragen in de inkomstenbelasting — schijfgrenzen, heffingskortingen, vrijstellingen — worden in 2027 maar voor 48% aan de inflatie aangepast: ze stijgen met ongeveer 1,25% in plaats van 2,6%. De toeslagen worden wél volledig geïndexeerd. Het kabinet noemt dit de vrijheidsbijdrage. Bronnen: Tweede Kamer — kamerstuk 37 022: wetsvoorstel en memorie van toelichting · Begroting 2027 Sociale Zaken en Werkgelegenheid (pdf) |
| Arbeidskorting hoger, ouderenkorting lager | Voorstel, per 1-1-2027 | De arbeidskorting gaat op alle knikpunten € 173 omhoog, bovenop de (beperkte) indexatie. De ouderenkorting gaat eenmalig € 100 omlaag. Beide horen bij het koopkrachtpakket, dat het kabinet zelf een eerste voorstel noemt waarover het nog met de Kamer in gesprek gaat. Bronnen: Tweede Kamer — kamerstuk 37 022: wetsvoorstel en memorie van toelichting · Rijksoverheid — nieuwsbericht Belastingplan 2027 (15 september 2026) · Begroting 2027 Sociale Zaken en Werkgelegenheid (pdf) |
| Aftoppingsgrens pensioen en lijfrente bevroren tot en met 2032 | Voorstel, 2027 tot en met 2032 | Het inkomen waarboven je geen pensioen of lijfrente meer met fiscaal voordeel opbouwt, blijft van 2027 tot en met 2032 op het bedrag van 2026 staan. Die grens is in 2025 en 2026 óók al niet geïndexeerd — daarom noemen de wettekst 2026 en de cijferbijlage hetzelfde bedrag als een jaar eerder. Bronnen: Tweede Kamer — kamerstuk 37 022: wetsvoorstel en memorie van toelichting · Rijksoverheid — nieuwsbericht Belastingplan 2027 (15 september 2026) · Begroting 2027 Sociale Zaken en Werkgelegenheid (pdf) |
| Aftrek specifieke zorgkosten verdwijnt per 2028 | Voorstel, per 1-1-2028 | Over 2026 en 2027 kun je specifieke zorgkosten nog aftrekken; vanaf 2028 niet meer. Het kabinet wil in de tussentijd een gerichte compensatie voor chronisch zieken uitwerken. Hoe die eruitziet, staat nog niet vast. Bronnen: Tweede Kamer — kamerstuk 37 022: wetsvoorstel en memorie van toelichting · Rijksoverheid — nieuwsbericht Belastingplan 2027 (15 september 2026) |
| Startersaftrek: in 2027 bijna nul, daarna weg | Voorstel, per 1-1-2027 en 1-1-2028 | De startersaftrek gaat in 2027 naar € 10 en vervalt per 2028. Er is geen overgangsrecht: ook wie in 2025 of 2026 is begonnen en op nog een paar jaar startersaftrek rekende, heeft er vanaf 2027 vrijwel niets meer aan. Over 2026 kun je hem nog gewoon gebruiken. Per 2028 vervalt ook de willekeurige afschrijving voor starters, en per 2029 de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid. Bronnen: Tweede Kamer — kamerstuk 37 022: wetsvoorstel en memorie van toelichting · Rijksoverheid — nieuwsbericht Belastingplan 2027 (15 september 2026) · Begroting 2027 Sociale Zaken en Werkgelegenheid (pdf) |
| De verhoogde kilometervergoeding in de wet | Voorstel, terugwerkend tot 1-1-2026 | Het verhoogde bedrag per kilometer, dat nu op een beleidsbesluit rust, komt in de wet — met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026, op dezelfde vijf plaatsen als het besluit. Dat besluit vervalt per 1 januari 2027 en kondigt deze codificatie zelf aan. De rekentool rekent voor 2026 al met het verhoogde bedrag, op grond van het besluit. Bronnen: Tweede Kamer — kamerstuk 37 022: wetsvoorstel en memorie van toelichting · Staatscourant 2026, 18302 — het kilometerbesluit, onderdeel Codificatie |
| Overdrachtsbelasting op een woning die je niet zelf bewoont: 7% | Voorstel, per 1-1-2027 | Het tarief voor een woning die de koper niet zelf als hoofdverblijf gaat gebruiken — bijvoorbeeld om te verhuren — gaat één procentpunt omlaag, naar 7%. Het tarief voor wie er zelf gaat wonen en de startersvrijstelling blijven zoals ze zijn. Bronnen: Tweede Kamer — kamerstuk 37 022: wetsvoorstel en memorie van toelichting · Rijksoverheid — nieuwsbericht Belastingplan 2027 (15 september 2026) |
| Energie-investeringsaftrek hoger | Voorstel, per 1-1-2027 | De energie-investeringsaftrek gaat omhoog naar 45,5% van het investeringsbedrag — zo staat het in het wetsvoorstel en de memorie van toelichting; het nieuwsbericht van de Rijksoverheid rondt af op 45%. Het is een aftrek met een jaarbudget: gaat het voorstel door, dan levert een energie-investering die je in 2027 aangaat meer aftrek op dan dezelfde investering in 2026. Voor de gewone investeringsaftrek stelt het Belastingplan niets anders voor. Bronnen: Tweede Kamer — kamerstuk 37 022: wetsvoorstel en memorie van toelichting · Rijksoverheid — nieuwsbericht Belastingplan 2027 (15 september 2026) · Ministerie van Financiën — factsheetbundel pakket Belastingplan 2027 (pdf) |
| Innovatiebox: een groter forfait | Voorstel, per 1-1-2027 | In de innovatiebox mag een mkb-bedrijf het forfaitaire deel van zijn innovatiewinst verhogen tot € 100.000, vier keer zoveel als nu. Bronnen: Tweede Kamer — kamerstuk 37 022: wetsvoorstel en memorie van toelichting · Rijksoverheid — nieuwsbericht Belastingplan 2027 (15 september 2026) |
| Youngtimer van de zaak: geleidelijker | Voorstel, per 1-1-2027 en 1-1-2028 | Het hogere bijtellingsregime voor oude auto’s op basis van de dagwaarde gaat niet in één stap naar 25 jaar: de leeftijdsgrens wordt 17 jaar in 2027 en 20 jaar in 2028. Bronnen: Tweede Kamer — kamerstuk 37 022: wetsvoorstel en memorie van toelichting · Rijksoverheid — nieuwsbericht Belastingplan 2027 (15 september 2026) |
| Stakingsaftrek en meewerkaftrek: eerst een kwart, drie jaar later weg | Voorstel, bij voorkeur per 1-1-2027 (ingangsdatum bij koninklijk besluit) | De stakingsaftrek gaat naar € 908, een kwart van het huidige bedrag, en de percentages van de meewerkaftrek gaan naar een kwart van wat ze nu zijn. Drie jaar later vervallen ze allebei. Ze betalen een nieuwe regeling voor aandelenopties bij start-ups en scale-ups. De ingangsdatum hangt aan die regeling en wordt bij koninklijk besluit bepaald; het kabinet mikt op 1 januari 2027. Wie in 2026 stopt of een partner laat meewerken, heeft over 2026 nog de volle aftrek. Bronnen: Rijksoverheid — wetsvoorstel Wet fiscale stimulering start-ups en scale-ups, met memorie van toelichting (15 september 2026) · Ministerie van Financiën — factsheetbundel pakket Belastingplan 2027 (pdf) |
| Aandelenopties bij start-ups en scale-ups: minder belast en later | Voorstel, bij voorkeur per 1-1-2027 (ingangsdatum bij koninklijk besluit) | Werk je bij een start-up of scale-up met een goedkeurende beschikking van RVO, dan wordt de waardestijging van je aandelenopties in de periode met die beschikking maar voor 65% belast. En als hoofdregel betaal je pas belasting als je de aandelen werkelijk verkoopt, niet al als je de optie uitoefent. Voor andere werkgevers verandert er niets. Bronnen: Rijksoverheid — wetsvoorstel Wet fiscale stimulering start-ups en scale-ups, met memorie van toelichting (15 september 2026) · Ministerie van Financiën — factsheetbundel pakket Belastingplan 2027 (pdf) |
| Personeelskorting op producten uit eigen bedrijf: de vrijstelling vervalt | Voorstel, per 1-1-2027 | De gerichte vrijstelling waarmee je werkgever je belastingvrij korting geeft op zijn eigen producten, vervalt. Korting blijft mogelijk, maar dan ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling; gaat je werkgever daar overheen, dan betaalt híj de eindheffing. Over 2026 geldt de vrijstelling nog. Bronnen: Ministerie van Financiën — factsheetbundel pakket Belastingplan 2027 (pdf) · Adviescollege toetsing regeldruk — brief over het afschaffen van de vrijstelling voor branche-eigen producten |
| Valutaresultaten op deelnemingen | Voorstel, per 1-1-2027 | Het ingeprijsde valutaresultaat op een instrument waarmee een bedrijf het valutarisico op een deelneming afdekt, gaat onder de deelnemingsvrijstelling vallen. Dat speelt in de vennootschapsbelasting, niet bij een particulier of een eenmanszaak. Bronnen: Ministerie van Financiën — factsheetbundel pakket Belastingplan 2027 (pdf) · Tweede Kamer — kamerstuk 37 022: wetsvoorstel en memorie van toelichting |
Voornemens — nog geen geldend recht voor 2026
Niets in deze lijst geldt voor belastingjaar 2026. Het staat hier uitsluitend om te voorkomen dat je toekomstige of geschrapte regels aanziet voor huidige — en omdat het de timing van beslissingen in 2026 kan beïnvloeden.
Alle 19 voornemens, met hun status
| Onderwerp | Status | Inhoud |
|---|---|---|
| Geen arbeidskorting meer bij doorbetaalde UWV-uitkeringen | Vastgesteld, per 1-1-2027 | Betaalt je werkgever een uitkering door samen met ander loon, dan mag hij daar vanaf 1 januari 2027 geen arbeidskorting meer op toepassen. Het gaat om WAO, WAZ, Wajong, WIA (IVA en WGA), Ziektewet behalve als die uit je huidige dienstverband voortkomt, en een toeslag op grond van de Toeslagenwet. Krijg je de uitkering rechtstreeks van UWV, dan verandert er niets. Krijg je de inkomensafhankelijke combinatiekorting via een voorlopige aanslag, pas die dan begin 2027 aan: de uitkering telt dan niet meer mee. In 2026 geldt de witte tabel nog over het totaal. Bronnen: Belastingdienst — Geen arbeidskorting meer over bepaalde uitkeringen · UWV — Arbeidskorting over uitkering stopt per 1 januari 2027 |
| Pseudo-eindheffing fossiele personenauto’s | Belastingplan 2026, met ingang van 2027 | 12% van de cataloguswaarde per jaar, ten laste van de werkgever, voor fossiele personenauto’s die ook voor privégebruik ter beschikking staan — óók bij ten hoogste 500 privékilometers en óók bij louter woon-werkverkeer. Auto’s die vóór 2027 ter beschikking zijn gesteld vallen er volgens de wet pas ná 16 september 2030 onder. Het Belastingplan 2027 stelt voor dat overgangsrecht te verlengen tot en met 31 december 2030 en uitzonderingen te maken voor vervangend vervoer (de eerste 14 dagen), handgeschakelde lesauto’s en een auto die hoogstens 7 dagen per jaar privé ter beschikking staat — dat is nog een voorstel. Bronnen: Ministerie van Financiën — factsheetbundel pakket Belastingplan 2027 (pdf) · Tweede Kamer — kamerstuk 37 022: wetsvoorstel en memorie van toelichting |
| Expatforfait naar 27% | Belastingplan 2025, per 1-1-2027 | Forfait van 30% naar 27%; salarisnorm naar € 51.899 en voor wie jonger is dan 30 met master naar € 39.450 (beide nog te indexeren). Wie in 2023 een geldige beschikking had en de regeling uiterlijk over het laatste loontijdvak van 2023 toepaste, houdt 30% gedurende de hele looptijd. |
| Vrije ruimte WKR eerste schijf naar 2,16% | Belastingplan 2025, per 1-1-2027 | Het percentage over de eerste loonsomschijf gaat in 2027 omhoog naar 2,16%. De schijfgrens zelf verandert niet. |
| RVU-eindheffing stapsgewijs naar 65% | Al wet: 64% per 1-1-2027, 65% per 1-1-2028 | Het eindheffingstarief stijgt in 2027 naar 64% en in 2028 naar 65%. Beide stappen staan al in de wettekst: art. 32ba lid 1 Wet LB 1964 in de versies per 1 januari 2027 en per 1 januari 2028. Eerder stoppen wordt dus elk jaar duurder. |
| Wet herziening bedrag ineens | Aangenomen 16 juni 2026, beoogde inwerkingtreding 1 januari 2029 | Een deel van het opgebouwde pensioenkapitaal ineens opnemen op de pensioendatum, mits het resterende pensioen boven de afkoopgrens blijft. Art. 69a Pensioenwet is nog niet in werking getreden. |
| Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (Wet baz) | Wetsvoorstel 36912, ligt bij de Tweede Kamer; uitvoering realistisch niet vóór 2030 | Een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering bij UWV voor iedere IB-ondernemer onder de AOW-leeftijd, met of zonder personeel. De uitkering is 70% van het inkomen vóór arbeidsongeschiktheid, tot ten hoogste het minimumloon, na een wachttijd van twee jaar (104 weken, art. 16 van het wetsvoorstel). Wie zich al particulier heeft verzekerd, is niet verplicht mee te doen. Het wetsvoorstel is op 24 maart 2026 ingediend; de Kamerleden leverden op 27 mei 2026 hun vragen in, en op de antwoorden van het kabinet wordt nog gewacht. De streefdatum van 31 augustus 2026 voor beide Kamers — die aan afspraken met de Europese Commissie hing — is daarmee verstreken. UWV geeft aan de regeling niet eerder dan 2030 te kunnen uitvoeren. Rijksoverheid noemt een brutopremie van 5,4% van het inkomen met een maximum van € 171 per maand, en zet bij beide bedragen uitdrukkelijk dat ze nog kunnen veranderen; de fiscale behandeling van die premie is niet in de gebruikte bronnen vastgesteld. Dit raakt élke zzp’er. |
| Lucratief belang: de box 2-multiplier is uitgesteld naar 2028 | Belastingplan 2026, bij amendement uitgesteld — geldt dus NIET in 2026 en 2027 | Het Belastingplan 2026 stelde voor de grondslag voor een middellijk gehouden lucratief belang te verbreden met een multiplier, waardoor de druk in box 2 zou stijgen. Bij amendement Van Eijk c.s. (Kamerstuk 36812 nr. 109) is de inwerkingtreding verschoven naar 1 januari 2028: "In afwijking van het eerste lid treedt artikel I, onderdeel C, onder 1, met ingang van 1 januari 2028 in werking." In 2026 en 2027 gelden dus onverkort de gewone box 2-tarieven. Dit staat hier omdat de afwezigheid ervan geld kost: wie commentaar uit 2025 leest, denkt dat de verzwaring nu al geldt en handelt daarnaar. |
| Rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst bij een laag uurtarief (wat er over is van de Vbar) | Wet van 18 juni 2026 (Stb. 2026, 158), in werking per 31 december 2026 | Van het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) is het verduidelijkingsdeel geschrapt. Wat overblijft, staat in het Burgerlijk Wetboek (art. 7:610aa): wie arbeid verricht tegen een uurtarief onder een wettelijke grens, wordt vermoed dat te doen op grond van een arbeidsovereenkomst, en dan moet de opdrachtgever aantonen dat dat niet zo is. De wettekst zet die grens op € 36 en laat haar meebewegen met het minimumloon; de Eerste Kamer noemt € 38 per uur met peildatum 1 januari 2026 — dat is het bedrag om op te letten. De Eerste Kamer nam de wet op 16 juni 2026 aan; het inwerkingtredingsbesluit (Stb. 2026, 207) zet de ingangsdatum op 31 december 2026. Het is arbeidsrecht en geen belastingregel — maar of je werknemer of ondernemer bent, bepaalt wél of je de ondernemersfaciliteiten krijgt. |
| IACK wordt afgebouwd en vervalt per 2035 | Al wet: jaarlijkse stappen vanaf 1-1-2027, vervallen per 1-1-2035 | Het maximum van de inkomensafhankelijke combinatiekorting daalt vanaf 2027 elk jaar met een vast bedrag — in de wettekst (vóór indexatie) van € 2.881 in 2027 naar € 368 in 2034 — en per 1 januari 2035 vervalt art. 8.14a. Nagekeken in de toestandsversies 2027 tot en met 2035; de begroting 2027 van Sociale Zaken beschrijft dezelfde afbouw in negen stappen. Er is géén overgangsrecht naar geboortejaar: zolang de korting bestaat, geldt zij voor elk kind onder de twaalf. In 2026 verandert er niets. |
| Wet werkelijk rendement box 3 | Aangenomen door de Tweede Kamer op 12 februari 2026; de Eerste Kamer houdt de behandeling aan, op verzoek van het kabinet — 1 januari 2028 staat niet vast | Vervanging van het forfaitaire stelsel door een heffing over het werkelijk behaalde rendement: vermogensaanwas voor de meeste bezittingen, vermogenswinst voor onroerend goed en aandelen in familiebedrijven. Het traject is vertraagd en onzekerder geworden. De Tweede Kamer nam wetsvoorstel 36748 aan op 12 februari 2026. De Eerste Kamer debatteerde erover op 30 juni 2026 en besloot diezelfde dag de stemming over het wetsvoorstel aan te houden tot de behandeling van een novelle — een aanpassing van het voorstel — die het kabinet had aangekondigd. Op 7 juli 2026 is alleen over vier moties gestemd, niet over de wet zelf. Die novelle is er op Prinsjesdag níét gekomen. Op 14 september 2026 schreven de minister en de staatssecretaris van Financiën aan de Eerste Kamer dat het nog niet lukt om tot een aanpassing met breed draagvlak te komen, en vroegen zij de Kamer de behandeling aan te houden. De brief legt vier richtingen naast elkaar, van invoering per 2028 met verbeteringen tot intrekken van het wetsvoorstel en in 2030 overstappen op een vermogenswinstbelasting — in dat laatste geval blijft het huidige stelsel met de tegenbewijsregeling langer bestaan. De Eerste Kamercommissie voor Financiën besloot op 22 september 2026 de bewindspersonen uit te nodigen voor een mondeling overleg op 5 oktober 2026. Invoering gebeurt bovendien niet op een vaste datum maar bij koninklijk besluit, en de wettekst regelt uitdrukkelijk wat er geldt als 1 januari 2028 niet wordt gehaald. Voor belastingjaar 2026 verandert er niets: het huidige forfaitaire stelsel met de tegenbewijsregeling geldt onverkort, en daar rekent deze site mee. |
| Verhoging box 3-forfait naar 7,78% en verlaging heffingvrij vermogen naar € 51.396 | Niet doorgegaan | Voorgesteld in het Belastingplan 2026 maar bij amendement geschrapt; de dekking is gevonden in de versnelde Hillen-afbouw. Staat hier omdat er nog veel materiaal circuleert dat wél van deze cijfers uitgaat. |
| Beperking van de giftenaftrek | Beleidsdiscussie — nog geen wet | Het huidige jaarplafond voor periodieke giften staat wél in de wet voor 2026 en 2027. Verdergaande beperking of afschaffing is een voornemen. |
| Bijna gratis kinderopvang | Voornemen — nog geen wet, invoering uitgesteld | Voor 2026 geldt gewoon de kinderopvangtoeslag met de bestaande tabel. |
| Groene beleggingen: vrijstelling naar € 200 | Al wet, van kracht per 1 januari 2027 | De vrijstelling daalt naar een symbolisch bedrag. Dit is geen voornemen maar geldende wetgeving voor een later jaar; het bepaalt hoe de peildatum van 1-1-2027 uitpakt. |
| Verdere afbouw zelfstandigenaftrek naar € 900 | Al wet, per 1-1-2027 | De zelfstandigenaftrek daalt in 2027 verder, naar € 900. Dat bedrag staat in art. 3.76 lid 2 van de wettekst per 1 januari 2027, en de begroting 2027 van Sociale Zaken noemt dezelfde stap. Voor 2026 geldt het hogere bedrag nog. |
| Verdere aanpassing bedrijfsopvolgingsregeling | Deels al in werking, deels nog voornemen | De beperking voor preferente aandelen en de verlenging van de bezitstermijn bij AOW-plussers staan in de wettekst per 1-1-2026 en gelden dus. Welk deel van de aangekondigde wijzigingen nog wacht op een inwerkingtredingsbesluit, is niet vastgesteld. |
| Vrachtwagenheffing | Per 1 juli 2026 — dit is dus wél 2026 | Vervangt de motorrijtuigenbelasting voor vrachtwagens van 3.500 tot 12.000 kg. Valt buiten de winstsfeer, genoemd voor de volledigheid. |
| Belasting op leidingwater | Heffingsplafond in 2026 verhoogd en in 2027 weg; hoger tarief voorgesteld | Het heffingsplafond gaat in 2026 van 300 naar 50.000 m³ en vervalt in 2027, zodat al het zakelijk waterverbruik wordt belast. De belasting zelf blijft bestaan: het Belastingplan 2027 stelt zelfs voor het tarief per 1 januari 2027 met 10 cent per kubieke meter te verhogen — dat is nog een voorstel. Bronnen: Ministerie van Financiën — factsheetbundel pakket Belastingplan 2027 (pdf) · Rijksoverheid — nieuwsbericht Belastingplan 2027 (15 september 2026) |
Openstaande onzekerheden
In het onderzoek achter deze site is van elk bedrag geprobeerd het te herleiden tot een officiële bron. Waar dat niet lukte, of waar bronnen elkaar tegenspreken, staat dat hier. Deze punten zijn niet weggepoetst en staan ook als zichtbaar voorbehoud bij de betreffende regeling zelf.
Werknemers en uitkeringsgerechtigden 9
Wat er bij dit domein onzeker is
- Kilometerforfait 2026: wettekst versus beleidsbesluit
- Opgelost, en anders dan lang werd gedacht. De wettekst per 1-1-2026 noemt op vijf plaatsen een lager kilometerforfait dan de Belastingdienst hanteert. Dat leek een redactiefout in de voorlichting; het is een beleidsbesluit van 17 mei 2026 (Stcrt. 2026, 18302) dat het forfait structureel verhoogt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026, en dat de vijf plaatsen bij artikelnummer noemt: de vergoeding via de werkgever, de aftrek van de IB-ondernemer, de specifieke zorgkosten, de weekenduitgaven voor gehandicapten en de vrijwilliger die van zijn reiskostenvergoeding afziet. De site rekent met het besluit en noemt de wettekst erbij. Sinds haar vierde uitgave van 25 juni 2026 noemt ook de cijferbijlage loonheffingen het verhoogde bedrag. Het besluit vervalt op 1 januari 2027; het Belastingplan 2027 stelt voor het bedrag met terugwerkende kracht in de wet te zetten (zie het blok Belastingplan 2027 hierboven).
- Bijtelling nulemissieauto’s 2026
- De Nieuwsbrief Loonheffingen 2026 uitgave 1 stelde dat de verlaagde bijtelling per 1-1-2026 vervalt. Dat is in tegenspraak met de wettekst, de cijferbijlage van maart 2026 en het Handboek. De site volgt de wettekst. De latere uitgaven van de nieuwsbrief zijn niet integraal doorgenomen.
- Thuiswerkvergoeding: twee bedragen in omloop
- De cijferbijlage en het Handboek geven het bijgewerkte bedrag; enkele rekenvoorbeelden in datzelfde Handboek gebruiken nog het bedrag van 2025. De site hanteert het bijgewerkte bedrag; beide staan bij de regeling zelf.
- Volledige dieetlijst 2026
- De kop van de dieettabel en enkele bedragen zijn geverifieerd, maar niet alle ongeveer honderd ziektebeeld-dieetcombinaties. De volledige tabel staat in Fiscale informatie 2026, hoofdstuk 17, bijlage I.
- Gemeentelijke regelingen
- Kwijtscheldingsnormen en de hoogte van de individuele inkomenstoeslag worden per gemeente vastgesteld; er is geen landelijke cijferbijlage 2026. Bedragen 2026 niet geverifieerd — raadpleeg je eigen gemeente.
- Uitkeringsbedragen 2026 (bijstand, AOW, Wajong, IOAW/IOAZ)
- Alleen het minimumuurloon is direct geverifieerd. De overige uitkeringsbedragen voor 2026 zijn niet geverifieerd. Voor de fiscale berekening zijn ze niet nodig, voor een publiekssite mogelijk wel.
- Belastingrente bij massaal bezwaar
- Er loopt een massaalbezwaarprocedure over de hoogte van het belastingrentepercentage, met een verwijzing naar een uitspraak van de Hoge Raad van 16 januari 2026. De uitkomst kan het percentage voor 2026 met terugwerkende kracht raken.
- Kennisgroepstandpunten
- Het Handboek verwijst naar tientallen kennisgroepstandpunten. Die standpunten zijn niet zelf opgehaald; het Handboek geeft hun strekking weer, maar de precieze randvoorwaarden staan in de standpunten.
- Latere cijferbijlage-uitgaven
- De site volgt de vierde uitgave van de cijferbijlage loonheffingen, van 25 juni 2026. Die wijkt van de derde (3 maart 2026) op één punt af: de kilometervergoeding in tabel 13 staat op het verhoogde bedrag uit het besluit van 17 mei 2026. Een nieuwe uitgave verschijnt onder een nieuwe bestandsnaam; daarom bewaakt de site naast de uitgave zelf ook de overzichtspagina van de Belastingdienst die zegt welke uitgave de actuele is.
Vermogen, wonen en gezin 7
Wat er bij dit domein onzeker is
- Box 3-forfaits banktegoeden en schulden
- De percentages voor banktegoeden en schulden staan nog niet vast; ze worden begin 2027 bij ministeriële regeling vastgesteld, met terugwerkende kracht. Alle bedragen die op het spaarforfait leunen, zijn dus indicatief. Alleen het forfait voor overige bezittingen staat wél vast.
- Exacte drempelinkomen zorgtoeslag en kindgebonden budget
- Het drempelinkomen is afgeleid uit het referentiemaandloon en wijkt door afronding een euro af van wat de Belastingdienst voor het kindgebonden budget noemt. Er is geen publicatie gevonden waarin het drempelinkomen als zodanig staat.
- ISDE-subsidiebedragen 2026
- De exacte subsidiebedragen per maatregel en de meldcodes voor 2026 staan in maatregelenlijsten van de uitvoeringsorganisatie, niet op de geraadpleegde officiële bronnen. Bedrag 2026 niet geverifieerd.
- Forfaitaire bedragen weekenduitgaven gehandicapten
- Onderzoek bs-vermogen-v2 heeft deze bedragen niet uit de toegestane bronnen kunnen halen. Onderzoek bs-werk-w1 geeft ze wel; de site publiceert die. Het bedrag per dag komt rechtstreeks uit art. 40 Uitvoeringsregeling IB 2001; het bedrag per kilometer volgt het beleidsbesluit van 17 mei 2026 — zie het punt over het kilometerforfait hierboven.
- Belastingrentepercentage erfbelasting 2026
- Niet uit de toegestane bronnen te halen. De besparing bij de verlengde aangiftetermijn is daarom als bandbreedte gegeven.
- Overgangsrecht oude periodieke giften
- Er zijn aanwijzingen in kamerstukken dat voor periodieke giften aangegaan vóór 4 oktober 2022 een afwijkend regime geldt tot 2027. Omdat het wettelijke jaarplafond voor periodieke giften in 2026 al zeer hoog is, is het praktische belang klein; het overgangsrecht is niet in de geconsolideerde tekst teruggevonden.
- Geen jurisprudentie doorgenomen
- De rapporten zijn gebaseerd op wetteksten en officiële voorlichting. Voor de tegenbewijsregeling box 3 en voor de bijtelling van papieren schenkingen is de rechtspraak van belang; die is niet doorgenomen.
Pensioen en levensloop 8
Wat er bij dit domein onzeker is
- Afkoopgrens kleine lijfrenten: twee bedragen in omloop
- De wettekst per 1-1-2026 en de cijferbijlage loonheffingen 2026 (tabel 12) noemen hetzelfde, geïndexeerde bedrag; alleen een pagina op belastingdienst.nl noemt nog dat van 2025. De site volgt de wettekst. Wie op de grens zit, doet er goed aan de laagste waarde aan te houden of vooroverleg te zoeken. Beide bedragen staan bij de regeling zelf.
- Tijdelijke oudedagslijfrente: twee bedragen in omloop
- De wettekst 2026 noemt op beide relevante plaatsen hetzelfde, geïndexeerde bedrag; belastingdienst.nl noemt voor de rekeningvariant nog het bedrag van 2025. De site volgt de wettekst. Beide bedragen staan bij de regeling zelf.
- Leeftijdsgrens jaarruimte 2026
- De Belastingdienst hanteert “geboren vóór 1 september 1953”. Toepassing van de wettelijke formule geeft een latere geboortedatumgrens; dat verschil is niet volledig herleid. Zit je rond die grens: gebruik het Hulpmiddel lijfrentepremie van de Belastingdienst.
- Afkoopgrens klein ouderdomspensioen
- Het bedrag staat in de wettekst en wordt op rijksoverheid.nl bevestigd als bedrag 2026, maar de wet bepaalt jaarlijkse aanpassing bij mededeling in de Staatscourant; die publicatie is niet afzonderlijk ingezien.
- Anw-bedragen 2026
- Op de geraadpleegde SVB-pagina stond geen ingangsdatum bij de bedragen. Gezien de halfjaarlijkse indexering betreft het vermoedelijk de periode vanaf 1 juli 2026; de ingangsdatum is niet geverifieerd.
- Zvw-doorwerking van lijfrentepremieaftrek
- Niet geverifieerd in hoeverre een lijfrentepremieaftrek doorwerkt naar het bijdrage-inkomen Zvw. Het Zvw-effect is aan de aftrekkant buiten beschouwing gelaten; de genoemde besparingen zijn in zoverre conservatief.
- Anw-bijdrage als aftrekpost
- De betreffende aftrekpost verwijst naar een AWW-overgangsregeling voor een cohort dat in 2026 minimaal 70 jaar is en dus AOW-gerechtigd. Praktisch uitgewerkt beschouwd, maar niet formeel bevestigd.
- Doorwerking van de pensioentransitie per fonds
- Welke jaarruimtemethode op een individu van toepassing is, hangt af van het invaarmoment van het specifieke fonds. Dat verschilt per deelnemer en is niet centraal te verifiëren; het Uniform Pensioenoverzicht is de enige betrouwbare bron.
Ondernemers 7
Wat er bij dit domein onzeker is
- EIA-jaarplafond: twee bedragen in omloop
- De wettekst per 1-1-2026 en een Prinsjesdag-samenvatting noemen een verschillend plafond. De site volgt de wettekst. Voor vrijwel elke ondernemer is dit plafond irrelevant; beide bedragen staan bij de regeling zelf.
- BOR: welke aangekondigde wijzigingen zijn per 2026 in werking?
- Bij enkele artikelen staat de annotatie “Wijziging(en) zonder datum inwerkingtreding aanwezig”. Welke aangenomen wijzigingen nog wachten op een inwerkingtredingsbesluit, is niet vastgesteld. Voor een concrete bedrijfsoverdracht moet dit per artikel worden nagelopen in het Staatsblad.
- Innovatiebox-forfait: vindplaats
- Het forfait is bevestigd op belastingdienst.nl en toegeschreven aan een uitvoeringsbesluit dat niet zelf is ingezien. Bedrag en percentage zijn wél via belastingdienst.nl bevestigd; de vindplaats is tweedehands.
- Doelmatigheidsmarge gebruikelijk loon
- Dat deze per 2023 is vervallen, is afgeleid uit het ontbreken ervan in de wettekst per 1-1-2026. Sterk bewijs, maar er is geen expliciete officiële bevestigingspagina voor 2026 gevonden.
- Aanwijzing kasstelsel-ondernemers
- De actuele lijst van aangewezen branches voor 2026 is niet geverifieerd; de genoemde sectoren zijn de traditionele categorieën.
- Nationale KOR-drempels van andere EU-lidstaten
- Niet geïnventariseerd — dat vergt per land een eigen officiële bron. Relevant voor wie de EU-KOR gebruikt.
- Middeling: resterende aanvraagtermijn per persoon
- Dat het overgangsrecht alleen geldt voor tijdvakken waarin 2022 of eerder valt, is hard. Of een individuele belastingplichtige in 2026 nog binnen de aanvraagtermijn valt, hangt van het dossier af en is niet in het algemeen vast te stellen.
Waar lees je verder?
Bronnen zijn niet stil: een pagina kan veranderen nadat wij ernaar hebben gekeken. Wanneer elke bron voor het laatst is gecontroleerd, met welke uitkomst, en wat er sindsdien in de tool is aangepast, staat op Updates. Wat deze site wél en niet is — en wat er uitdrukkelijk niet in zit — staat op Over deze site.