Belasting Redder

Onafhankelijke informatietool — geen officiële site van de Belastingdienst. Geen advies: een berekening, met de bron erbij.

Aanslag inlezen Zie wat er nog in je voorlopige aanslag zit

Wat kun je als ondernemer aftrekken of uitstellen?

Eenmanszaak en zzp, de BV en de dga, investeren en reserveren, btw, de rechtsvormkeuze en het overdragen of staken van je bedrijf.

52 regelingen · 7 categorieën · 12 zelden benut · onderzoeksrapport bs-onderneming-o4

Filteren en uitklappen
Loopt via
  • Via je werkgever — Dit loopt via je werkgever of uitkeringsinstantie. Je moet erom vragen — of controleren of het goed op je loonstrook staat. Vraag je er niet om, dan gebeurt er niets.
  • Via je aangifte — Dit moet je zelf claimen in je aangifte inkomstenbelasting of via een voorlopige aanslag. Je werkgever houdt er geen rekening mee.
  • Gaat automatisch — Hier hoef je in beginsel niets voor te doen; het wordt automatisch toegepast. Controleren loont wel, want automatisch is niet hetzelfde als foutloos.
  • Aparte aanvraag — Dit vraag je apart aan bij de Belastingdienst, een uitvoerder, RVO, de SVB of je gemeente. Niet in de aangifte, en niet via je werkgever.
  • Via je administratie of aangifte omzetbelasting — Dit regel je in je eigen bedrijfsadministratie, je btw-aangifte of je aangifte vennootschapsbelasting.
  • Via notaris of akte — Hier is een akte, een statutenwijziging of een besluit vooraf voor nodig. Het formele stuk is de voorwaarde, niet een formaliteit achteraf.

Alle 208 regelingen op route →

Alle bedragen gelden voor belastingjaar 2026 (aangifte in 2027) en zijn overgenomen uit de onderzoeksrapporten, die elk bedrag hebben herleid tot de wettekst per 1 januari 2026 of tot een andere officiële bron, zoals een cijferbijlage, een brochure of een beleidsbesluit. Ze zijn geen toezegging: controleer je eigen situatie altijd bij de bron.

Ondernemerschap en ondernemersaftrek 10

MKB-winstvrijstelling

Via je aangifteAlgemeen bekend

In het kort

Als ondernemer betaal je over een deel van je winst geen belasting: 12,7% van je winst na de ondernemersaftrek. Dat gaat vanzelf, ook als je weinig uren maakt.

Wat het is

Een vast deel van je winst hoef je helemaal niet aan te geven. Het is geen aftrekpost die je moet aanvragen — hij gaat er automatisch af nadat de ondernemersaftrek is verrekend.

Voor wie

Iedereen die voor de inkomstenbelasting ondernemer is. Je hoeft géén 1.225 uur te maken — dat maakt deze regeling voor deeltijd-zzp’ers de belangrijkste van allemaal.

Bedragen en cijfers 2026

  • 12,7% van de winst na ondernemersaftrek.
  • Bij € 30.000 winst: 12,7% × (30.000 − 1.200) = € 3.658 aftrek → tegen 35,75% ongeveer € 1.308.
  • Bij € 100.000 winst: 12,7% × 98.800 = € 12.548 aftrek → grotendeels tegen 37,56%, ongeveer € 4.700.
  • Boven € 78.426 wordt het voordeel afgetopt op 37,56% door de tariefsaanpassing.

Strategie en stappen

  • Omdat er geen urencriterium geldt, is dit voor hybride zzp’ers en deeltijdondernemers de belangrijkste post. Dat is matig bekend.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • De vrijstelling werkt óók op negatieve winst: bij verlies verkleint zij je verlies met 12,7%, wat ongunstig is. Een verlies van € 20.000 wordt fiscaal een verlies van € 17.460.
  • Je kunt er niet voor kiezen hem niet toe te passen.

Zelfstandigenaftrek

Via je aangifteAlgemeen bekend

In het kort

Werk je minstens 1.225 uur per jaar in je eigen bedrijf, dan mag je € 1.200 van je winst aftrekken. Dat vaste bedrag is de laatste jaren flink gedaald.

Wat het is

Een vast bedrag dat van je winst af mag als je genoeg uren in je onderneming steekt.

Voor wie

Ondernemers die aan het urencriterium van 1.225 uur voldoen en op 1 januari 2026 nog geen AOW-leeftijd hebben.

Na 2026

Al wet, per 1-1-2027: De zelfstandigenaftrek daalt in 2027 verder, naar € 900. Dat bedrag staat in art. 3.76 lid 2 van de wettekst per 1 januari 2027, en de begroting 2027 van Sociale Zaken noemt dezelfde stap. Voor 2026 geldt het hogere bedrag nog.

Meer in de vooruitblik: wat al wet is voor een later jaar.

Bedragen en cijfers 2026

  • € 1.200 aftrek (AOW-gerechtigd: € 600). Tegen 37,56% ongeveer € 451; tegen 35,75% ongeveer € 429.
  • Het bedrag is in vier jaar gedaald van € 5.030 (2023) via € 3.750 (2024) en € 2.470 (2025) naar € 1.200 (2026).

Strategie en stappen

  • Houd een urenadministratie bij gedurende het jaar. De Belastingdienst vraagt daarom bij twijfel; achteraf reconstrueren is zwak bewijs.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Het grotendeels-criterium: werk je daarnaast in loondienst, dan moet méér dan de helft van je totale arbeidstijd naar de onderneming gaan — tenzij je in een van de vijf voorafgaande jaren geen ondernemer was.
  • Het ongebruikelijk-samenwerkingsverband-verbod: uren voor een firma met je partner of familie tellen niet mee als jouw werk hoofdzakelijk ondersteunend is.

Startersaftrek

Via je aangifteAlgemeen bekend

In het kort

Ben je net ondernemer, dan mag je in je eerste jaren nog € 2.123 extra van je winst aftrekken, bovenop de zelfstandigenaftrek. Dat kan hoogstens 3 keer.

Wat het is

In je eerste jaren als ondernemer mag je bovenop de zelfstandigenaftrek nog een extra bedrag aftrekken.

Voor wie

Je was in een of meer van de vijf voorafgaande kalenderjaren geen ondernemer, en de zelfstandigenaftrek is in die periode bij jou niet meer dan tweemaal toegepast.

Na 2026

Voorstel Belastingplan 2027, nog geen wet: De startersaftrek gaat in 2027 naar € 10 en vervalt per 2028. Er is geen overgangsrecht: ook wie in 2025 of 2026 is begonnen en op nog een paar jaar startersaftrek rekende, heeft er vanaf 2027 vrijwel niets meer aan. Over 2026 kun je hem nog gewoon gebruiken. Per 2028 vervalt ook de willekeurige afschrijving voor starters, en per 2029 de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid. Bronnen: Tweede Kamer — kamerstuk 37 022: wetsvoorstel en memorie van toelichting · Rijksoverheid — nieuwsbericht Belastingplan 2027 (15 september 2026) · Begroting 2027 Sociale Zaken en Werkgelegenheid (pdf)

Meer in de vooruitblik: alle voorstellen uit het Belastingplan 2027.

Bedragen en cijfers 2026

  • € 2.123 extra aftrek (AOW-gerechtigd: de helft, € 1.061,50 — art. 3.76 lid 4). Tegen 35,75% ongeveer € 759.
  • Samen met de zelfstandigenaftrek: € 3.323 aftrek in een startersjaar.

Strategie en stappen

  • Zie de aparte kaart over de startersaftrek die een verlies mag veroorzaken — dat is de weinig bekende kant van deze regeling.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Uitgesloten voor wie via een geruisloze terugkeer uit een BV een onderneming voortzet, in het jaar zelf of in de vijf jaar ervoor.

De startersaftrek mag een verlies veroorzaken — de zelfstandigenaftrek niet

Via je aangifteWeinig bekend

In het kort

De startersaftrek mag je winst onder nul brengen, de zelfstandigenaftrek niet. Dat verlies kun je verrekenen met ander inkomen, zoals loon.

Wat het is

De zelfstandigenaftrek kan nooit hoger zijn dan je winst. Bij de startersaftrek geldt die begrenzing níét: die mag je winst tot onder nul duwen en zo een verrekenbaar verlies opleveren.

Voor wie

Startende ondernemers met een lage of negatieve winst — vaak naast loon uit dienstbetrekking.

Na 2026

Voorstel Belastingplan 2027, nog geen wet: De startersaftrek gaat in 2027 naar € 10 en vervalt per 2028. Er is geen overgangsrecht: ook wie in 2025 of 2026 is begonnen en op nog een paar jaar startersaftrek rekende, heeft er vanaf 2027 vrijwel niets meer aan. Over 2026 kun je hem nog gewoon gebruiken. Per 2028 vervalt ook de willekeurige afschrijving voor starters, en per 2029 de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid. Bronnen: Tweede Kamer — kamerstuk 37 022: wetsvoorstel en memorie van toelichting · Rijksoverheid — nieuwsbericht Belastingplan 2027 (15 september 2026) · Begroting 2027 Sociale Zaken en Werkgelegenheid (pdf)

Meer in de vooruitblik: alle voorstellen uit het Belastingplan 2027.

Bedragen en cijfers 2026

  • Rekenvoorbeeld: bij een winst van € 500 in een startersjaar is de zelfstandigenaftrek beperkt tot € 500, maar de startersaftrek van € 2.123 gaat er volledig af → verlies van € 1.623.
  • Dat verlies kun je verrekenen met loon uit dienstbetrekking in hetzelfde jaar, of achterwaarts en voorwaarts. Waarde bij een loontarief van 37,56%: ongeveer € 610.

Strategie en stappen

  • De begrenzing “aftrek is maximaal de winst” wordt vaak als absoluut gepresenteerd, terwijl de wet er een uitzondering op maakt. Dit is direct toepasbaar in een mager startersjaar naast een baan.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Alleen in jaren waarin de startersaftrek daadwerkelijk van toepassing is.
  • Wordt de zelfstandigenaftrek op nihil gesteld, dan telt dat jaar tóch mee voor het “tweemaal”-plafond.

Niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek: negen jaar voortwentelen

Via je aangifteWeinig bekend

In het kort

Was je winst te laag om de zelfstandigenaftrek helemaal te gebruiken, dan gaat het restant niet verloren. Je mag het in de negen jaren daarna alsnog aftrekken.

Wat het is

Kon je de zelfstandigenaftrek dit jaar niet helemaal gebruiken omdat je winst te laag was? Dan gaat het onbenutte deel niet verloren: je mag het in de negen volgende jaren alsnog aftrekken.

Voor wie

Ondernemers die aan het urencriterium voldoen maar in een jaar te weinig winst maken.

Bedragen en cijfers 2026

  • Tot € 1.200 per bewaard jaar; over meerdere magere jaren loopt dat op. Tegen 37,56% ongeveer € 451 per jaar.
  • De verrekening bedraagt per jaar maximaal het bedrag waarmee de winst de zelfstandigenaftrek van dat jaar overtreft, en gaat op volgorde van ontstaan — oudste eerst.

Strategie en stappen

  • Controleer je aanslagbiljet. De inspecteur stelt het bedrag vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. Staat het er niet op, dan moet je bezwaar maken — anders staat het bedrag definitief vast op nihil.
  • Dit is een van de meest onderbenutte posten in dit domein, juist omdat hij loopt via een beschikking die mensen ongelezen laten.

Meewerkaftrek

Via je aangifteMatig bekend

In het kort

Werkt je partner zonder loon mee in je bedrijf, dan mag je een percentage van je winst aftrekken. Hoe meer uren je partner meewerkt, hoe hoger dat percentage.

Wat het is

Werkt je partner onbetaald mee in je bedrijf, dan mag je een percentage van je winst aftrekken, oplopend met het aantal uren dat je partner meewerkt.

Voor wie

Ondernemers die zelf aan het urencriterium voldoen én van wie de partner zonder enige vergoeding arbeid verricht.

Na 2026

Voorstel Belastingplan 2027, nog geen wet: De stakingsaftrek gaat naar € 908, een kwart van het huidige bedrag, en de percentages van de meewerkaftrek gaan naar een kwart van wat ze nu zijn. Drie jaar later vervallen ze allebei. Ze betalen een nieuwe regeling voor aandelenopties bij start-ups en scale-ups. De ingangsdatum hangt aan die regeling en wordt bij koninklijk besluit bepaald; het kabinet mikt op 1 januari 2027. Wie in 2026 stopt of een partner laat meewerken, heeft over 2026 nog de volle aftrek. Bronnen: Rijksoverheid — wetsvoorstel Wet fiscale stimulering start-ups en scale-ups, met memorie van toelichting (15 september 2026) · Ministerie van Financiën — factsheetbundel pakket Belastingplan 2027 (pdf)

Meer in de vooruitblik: alle voorstellen uit het Belastingplan 2027.

Uren partnerMeewerkaftrek
minder dan 525geen
525 – 8751,25% van de winst
875 – 1.2252% van de winst
1.225 – 1.7503% van de winst
1.750 of meer4% van de winst

Bedragen en cijfers 2026

  • Bij € 80.000 winst en 1.300 partner-uren: 3% × € 80.000 = € 2.400 aftrek ≈ € 901 bij 37,56%.

Strategie en stappen

  • Vergelijk altijd met de arbeidsbeloning aan je partner — zie de volgende kaart. Boven een zekere winst is die route bijna altijd beter. De twee sluiten elkaar uit.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • “Zonder enige vergoeding” is letterlijk bedoeld: betaal je je partner ook maar iets, dan vervalt de meewerkaftrek volledig.
  • De grondslag is de winst exclusief stakingswinst, onteigeningswinst en eindafrekeningswinst.

Arbeidsbeloning meewerkende partner: het knikpunt dat je niet moet missen

Via je aangifteMatig bekend

In het kort

Je kunt je meewerkende partner ook een echte beloning betalen, die je van je winst aftrekt. Onder € 5.000 per jaar is die niet aftrekbaar, en voor je partner ook niet belast.

Wat het is

In plaats van de meewerkaftrek kun je je partner een echte arbeidsbeloning betalen. Die is aftrekbaar van jouw winst en belast bij je partner — vaak in een lagere schijf. Maar onder een vast bedrag is de beloning niet aftrekbaar en tóch onbelast bij je partner.

Voor wie

Ondernemers met een meewerkende fiscale partner die zelf weinig of geen ander inkomen heeft.

Na 2026

Voorstel Belastingplan 2027, nog geen wet: De stakingsaftrek gaat naar € 908, een kwart van het huidige bedrag, en de percentages van de meewerkaftrek gaan naar een kwart van wat ze nu zijn. Drie jaar later vervallen ze allebei. Ze betalen een nieuwe regeling voor aandelenopties bij start-ups en scale-ups. De ingangsdatum hangt aan die regeling en wordt bij koninklijk besluit bepaald; het kabinet mikt op 1 januari 2027. Wie in 2026 stopt of een partner laat meewerken, heeft over 2026 nog de volle aftrek. Bronnen: Rijksoverheid — wetsvoorstel Wet fiscale stimulering start-ups en scale-ups, met memorie van toelichting (15 september 2026) · Ministerie van Financiën — factsheetbundel pakket Belastingplan 2027 (pdf)

Meer in de vooruitblik: alle voorstellen uit het Belastingplan 2027.

Bedragen en cijfers 2026

  • Het knikpunt ligt bij € 5.000. Is de vergoeding lager dan € 5.000, dan is zij niet aftrekbaar. Vanaf € 5.000 is het volledige bedrag aftrekbaar. Betaal dus nooit € 4.900.
  • Doorgerekend: betaal je € 12.000, dan is dat aftrekbaar bij jou tegen bijvoorbeeld 37,56% (ongeveer € 4.507 minder belasting, waarbij ook de MKB-winstvrijstelling en de tariefsaanpassing meelopen), terwijl je partner met € 12.000 aan inkomen door de algemene heffingskorting (€ 3.115) en de arbeidskorting (bij € 12.000 arbeidsinkomen ongeveer € 1.007) in de praktijk nauwelijks of geen belasting betaalt.
  • Netto-effect in de orde van € 3.000 – € 4.500 per jaar.

Strategie en stappen

  • Bij lage partnerinkomens is dit het krachtigste instrument in dit domein, omdat je partner een eigen algemene heffingskorting en arbeidskorting heeft.
  • Overweeg ook een man-vrouwfirma: voldoet je partner zelfstandig aan het urencriterium en is het samenwerkingsverband niet “ongebruikelijk”, dan heeft elk van beiden recht op zelfstandigenaftrek, een eigen MKB-winstvrijstelling en eigen tariefschijven.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • De beloning moet zakelijk zijn: je betaalt voor werk dat daadwerkelijk is verricht, tegen een gangbaar tarief. Een beloning die alleen bestaat om inkomen te verschuiven, sneuvelt op zakelijkheid.
  • Bij je partner is dit belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden — geen loon, dus geen loonheffing en geen werknemersverzekeringen.
  • Meewerkaftrek en arbeidsbeloning sluiten elkaar uit.

S&O-aftrek voor zzp’ers

Aparte aanvraagMatig bekend

In het kort

Doe je als zelfstandige zelf onderzoek en ontwikkeling, met een verklaring van RVO, dan mag je € 15.979 van je winst aftrekken. Starters krijgen daar € 7.996 bij.

Wat het is

Doe je zelf research en ontwikkeling, dan krijg je een vast bedrag van je winst af, boven op alle andere aftrekposten.

Voor wie

IB-ondernemers die aan het urencriterium voldoen én in 2026 minstens 500 uur aan erkend speur- en ontwikkelingswerk besteden, met een S&O-verklaring van RVO.

Bedragen en cijfers 2026

  • € 15.979 aftrek; voor starters + € 7.996 (samen € 23.975).
  • Tegen 37,56% ongeveer € 6.002, voor starters ongeveer € 9.005.

Strategie en stappen

  • Vooraf aanvragen bij RVO — achteraf is niet meer mogelijk. Leg de uren vast in een S&O-administratie.
  • “Technisch nieuw voor de aanvrager” is een lagere lat dan mensen denken. Ook software- en procesontwikkeling kwalificeert vaak.
  • Bijzonderheid: zwangerschapsonderbreking telt door voor het urencriterium.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • De 500 uur is een harde grens: 499 uur geeft nul. Het verschil is ongeveer € 6.000 aan belasting door één uur.
  • De wet laat toe dat het bedrag bij ministeriële regeling wordt verhoogd tot maximaal € 18.977; voor 2026 is van die bevoegdheid geen gebruik gemaakt.

Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid — met een verlaagd urencriterium

Via je aangifteWeinig bekend

In het kort

Start je een bedrijf vanuit een arbeidsongeschiktheidsuitkering, dan geldt een lager urencriterium van 800 uur. Je krijgt dan in de eerste drie jaar een eigen aftrek, die elk jaar kleiner wordt.

Wat het is

Start je een bedrijf vanuit een arbeidsongeschiktheidsuitkering, dan hoef je minder uren te maken dan normaal, en krijg je een eigen aftrek.

Voor wie

Startende ondernemers met recht op WIA, WAO, WAZ of Wajong-arbeidsondersteuning, die niet aan het gewone urencriterium voldoen maar wél aan het verlaagde, en die op 1 januari nog geen AOW-leeftijd hebben.

Na 2026

Voorstel Belastingplan 2027, nog geen wet: De startersaftrek gaat in 2027 naar € 10 en vervalt per 2028. Er is geen overgangsrecht: ook wie in 2025 of 2026 is begonnen en op nog een paar jaar startersaftrek rekende, heeft er vanaf 2027 vrijwel niets meer aan. Over 2026 kun je hem nog gewoon gebruiken. Per 2028 vervalt ook de willekeurige afschrijving voor starters, en per 2029 de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid. Bronnen: Tweede Kamer — kamerstuk 37 022: wetsvoorstel en memorie van toelichting · Rijksoverheid — nieuwsbericht Belastingplan 2027 (15 september 2026) · Begroting 2027 Sociale Zaken en Werkgelegenheid (pdf)

Meer in de vooruitblik: alle voorstellen uit het Belastingplan 2027.

Bedragen en cijfers 2026

  • Verlaagd urencriterium: 800 uur in plaats van 1.225.
  • Aftrek: € 12.000 in het eerste jaar, € 8.000 in het tweede, € 4.000 in het derde — telkens niet meer dan de winst.
  • Tegen 35,75% is dat in drie jaar tot ongeveer € 8.580.

Strategie en stappen

  • Ruimer dan mensen aannemen: ook een periodieke uitkering uit een private invaliditeits- of ongevallenverzekering telt als arbeidsongeschiktheidsuitkering.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Nooit méér dan de winst — deze aftrek kan geen verlies veroorzaken.
  • Uitgesloten na een geruisloze terugkeer uit een BV.

Stakingsaftrek

Via je aangifteMatig bekend

In het kort

Stop je met je bedrijf, dan hoef je over een deel van de winst bij het stoppen geen belasting te betalen. Dat deel is hoogstens € 3.630.

Wat het is

Stop je met je bedrijf, dan blijft een deel van de winst die je bij het stoppen maakt onbelast.

Voor wie

Ondernemers die in 2026 een of meer gehele ondernemingen staken.

Na 2026

Voorstel Belastingplan 2027, nog geen wet: De stakingsaftrek gaat naar € 908, een kwart van het huidige bedrag, en de percentages van de meewerkaftrek gaan naar een kwart van wat ze nu zijn. Drie jaar later vervallen ze allebei. Ze betalen een nieuwe regeling voor aandelenopties bij start-ups en scale-ups. De ingangsdatum hangt aan die regeling en wordt bij koninklijk besluit bepaald; het kabinet mikt op 1 januari 2027. Wie in 2026 stopt of een partner laat meewerken, heeft over 2026 nog de volle aftrek. Bronnen: Rijksoverheid — wetsvoorstel Wet fiscale stimulering start-ups en scale-ups, met memorie van toelichting (15 september 2026) · Ministerie van Financiën — factsheetbundel pakket Belastingplan 2027 (pdf)

Meer in de vooruitblik: alle voorstellen uit het Belastingplan 2027.

Bedragen en cijfers 2026

  • Maximaal € 3.630, en niet meer dan de stakingswinst. Tegen 37,56% ongeveer € 1.364.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Levenslang plafond: het maximum wordt verminderd met wat je in eerdere jaren al aan stakingsaftrek hebt genoten.
  • Bij een doorgeschoven onderneming geldt de aftrek alleen als je die onderneming ten minste drie jaar zelf hebt gedreven.

Investeren en reserveren 6

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)

Via je aangifteAlgemeen bekend

In het kort

Koop je spullen voor je bedrijf, zoals machines of gereedschap, dan mag je naast de afschrijving nog een extra bedrag aftrekken. Bij kleinere investeringen is dat 28% van het bedrag.

Wat het is

Investeer je in bedrijfsmiddelen, dan mag je bovenop de afschrijving nog een extra bedrag van je winst aftrekken.

Voor wie

Alle IB-ondernemers en Vpb-plichtige lichamen die in 2026 binnen de bandbreedte investeren in kwalificerende bedrijfsmiddelen.

InvesteringsbedragKIA
niet meer dan € 2.900€ 0
€ 2.901 t/m € 71.68328% van het investeringsbedrag
€ 71.684 t/m € 132.746€ 20.072 (vast)
€ 132.747 t/m € 398.236€ 20.072 min 7,56% van het deel boven € 132.746
meer dan € 398.236€ 0

Bedragen en cijfers 2026

  • Bij € 40.000 investering: 28% = € 11.200 aftrek → bij 37,56% een besparing van € 4.207.
  • Maximum: € 20.072 aftrek ≈ € 7.539 in de inkomstenbelasting bij 37,56%, of € 3.814 in de Vpb bij 19%.

Strategie en stappen

  • De ondergrens is een knikpunt: bij € 2.900 investering krijg je nul KIA; bij € 2.901 krijg je 28% = € 812 aftrek. Eén euro extra investeren levert € 812 aftrek op.
  • Boven de bovengrens vervalt de KIA volledig. Investeringen spreiden over twee boekjaren houdt de aftrek in leven — en boven € 71.683 stopt het 28%-percentage, dus splitsen kan de aftrek fors verhogen.
  • Voor de KIA telt het aangaan van de verplichting: een bestelling op 30 december telt mee voor 2026, ook als het bedrijfsmiddel nog niet in gebruik is.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Bedrijfsmiddelen onder € 450 per stuk tellen niet mee.
  • Uitgesloten: grond, woonhuizen, personenauto’s die niet voor beroepsvervoer zijn bestemd, vaartuigen voor representatie, effecten, goodwill, publiekrechtelijke vergunningen, en bedrijfsmiddelen bestemd voor verhuur.
  • Desinvesteringsbijtelling: verkoop je binnen vijf jaar na het begin van het investeringsjaar voor meer dan € 2.900, dan moet je hetzelfde percentage over de opbrengst bijtellen.
  • Samenwerkingsverbanden: de investeringen van alle vennoten worden opgeteld en de KIA wordt naar rato verdeeld. Een VOF komt daardoor sneller in de aftakkende schijf.
  • Heb je aan het eind van het jaar nog niet betaald, dan wordt de aftrek beperkt tot het betaalde bedrag.

EIA, MIA en Vamil

Aparte aanvraagMatig bekend

In het kort

Koop je energiezuinige of milieuvriendelijke spullen voor je bedrijf die op een officiële lijst staan, dan krijg je extra aftrek. Voor energiezuinige investeringen is dat 40% van het bedrag.

Wat het is

Investeer je in energiezuinige of milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen die op de officiële lijst staan, dan krijg je een extra aftrek bovenop de KIA en de gewone afschrijving. Bij de milieulijst mag je bovendien driekwart van de investering afschrijven wanneer het jou uitkomt.

Voor wie

IB-ondernemers en Vpb-plichtigen die investeren in bedrijfsmiddelen van de Energielijst 2026 (EIA) of de Milieulijst 2026 (MIA en Vamil).

Voorbehoud

Over het jaarplafond voor de EIA verschillen de wettekst per 1-1-2026 en een Prinsjesdag-samenvatting op rijksoverheid.nl van elkaar. Het onderzoek volgt de wettekst. Voor vrijwel elke ondernemer is dit plafond irrelevant; beide bedragen staan hieronder.

Na 2026

Voorstel Belastingplan 2027, nog geen wet: De energie-investeringsaftrek gaat omhoog naar 45,5% van het investeringsbedrag — zo staat het in het wetsvoorstel en de memorie van toelichting; het nieuwsbericht van de Rijksoverheid rondt af op 45%. Het is een aftrek met een jaarbudget: gaat het voorstel door, dan levert een energie-investering die je in 2027 aangaat meer aftrek op dan dezelfde investering in 2026. Voor de gewone investeringsaftrek stelt het Belastingplan niets anders voor. Bronnen: Tweede Kamer — kamerstuk 37 022: wetsvoorstel en memorie van toelichting · Rijksoverheid — nieuwsbericht Belastingplan 2027 (15 september 2026) · Ministerie van Financiën — factsheetbundel pakket Belastingplan 2027 (pdf)

Meer in de vooruitblik: alle voorstellen uit het Belastingplan 2027.

Bedragen en cijfers 2026

  • EIA: 40% extra aftrek, tot maximaal € 153.000.000 aan energie-investeringen per belastingplichtige per jaar (wettekst 2026; een Prinsjesdag-samenvatting noemt € 151 miljoen — de site volgt de wettekst). Bij € 50.000 investering: € 20.000 aftrek ≈ € 7.512 (IB, 37,56%) of € 3.800 (Vpb, 19%).
  • MIA: categorie I 45%, categorie II 36%, categorie III 27%.
  • Vamil: 75% van de aanschaffings- of voortbrengingskosten willekeurig afschrijven — geen tariefvoordeel maar een liquiditeits- en rentevoordeel, dat bij een investering van € 100.000 en 37,56% marginaal al gauw € 10.000 – € 20.000 aan uitgestelde belasting betekent.
  • Minimum € 2.500 per melding.

Strategie en stappen

  • Stapelen loont fors: een energiezuinige machine van € 60.000 geeft 28% KIA (€ 16.800) plus 40% EIA (€ 24.000), samen € 40.800 aftrek op een investering van € 60.000. Bij 37,56% is dat € 15.324 aan belastingvoordeel, boven op de normale afschrijving.
  • EIA en MIA sluiten elkaar per bedrijfsmiddel uit, maar MIA en Vamil zijn wél te combineren, en beide met de KIA. Die combineerbaarheid is weinig bekend.
  • De bodemwaarderegel voor gebouwen geldt niet voor Vamil-bedrijfsmiddelen — dat maakt Vamil bij milieugebouwen relatief aantrekkelijk.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Meldtermijn van drie maanden na het aangaan van de verplichting. Dit is de klassieke struikelblok: te laat melden betekent definitief geen aftrek, ook niet met een goed verhaal.
  • Alleen niet eerder gebruikte bedrijfsmiddelen.
  • De lijsten veranderen elk jaar; bepalend is de lijst van het jaar waarin je de verplichting aangaat.

Willekeurige afschrijving voor startende ondernemers

Via je aangifteWeinig bekend

In het kort

Ben je starter, dan mag je zelf kiezen wanneer je je bedrijfsmiddelen afschrijft: in één keer of verspreid. Zo kies je zelf in welk jaar je de aftrek gebruikt.

Wat het is

Ben je starter, dan mag je zelf bepalen wanneer je je bedrijfsmiddelen afschrijft — in één keer volledig in een winstgevend jaar, of juist uitgesmeerd. Je bepaalt daarmee zelf in welk jaar je de aftrek pakt.

Voor wie

IB-ondernemers (eenmanszaak, VOF, maatschap, CV) in een jaar waarin de verhoogde zelfstandigenaftrek — de startersaftrek — van toepassing is, plus het jaar dat daar direct aan voorafgaat.

Na 2026

Voorstel Belastingplan 2027, nog geen wet: De startersaftrek gaat in 2027 naar € 10 en vervalt per 2028. Er is geen overgangsrecht: ook wie in 2025 of 2026 is begonnen en op nog een paar jaar startersaftrek rekende, heeft er vanaf 2027 vrijwel niets meer aan. Over 2026 kun je hem nog gewoon gebruiken. Per 2028 vervalt ook de willekeurige afschrijving voor starters, en per 2029 de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid. Bronnen: Tweede Kamer — kamerstuk 37 022: wetsvoorstel en memorie van toelichting · Rijksoverheid — nieuwsbericht Belastingplan 2027 (15 september 2026) · Begroting 2027 Sociale Zaken en Werkgelegenheid (pdf)

Meer in de vooruitblik: alle voorstellen uit het Belastingplan 2027.

Bedragen en cijfers 2026

  • Het plafond per kalenderjaar is het maximum-investeringsbedrag van de KIA-tabel: € 398.236 in 2026.
  • Bij € 30.000 investering die je in één keer afschrijft in plaats van in vijf jaar, schuif je ongeveer € 24.000 aftrek naar voren; tegen 37,56% is dat ongeveer € 9.000 aan liquiditeit die je jaren eerder hebt.

Strategie en stappen

  • Het KIA-minimum van € 2.901 geldt hier níét: ook op één bedrijfsmiddel van € 800 mag je willekeurig afschrijven. Dat maakt de regeling breder bruikbaar dan mensen denken.
  • Dit is een van de best verstopte startersfaciliteiten: hij staat niet in de wet zelf maar in een uitvoeringsregeling.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Uitgesloten zijn de bedrijfsmiddelen die ook voor de investeringsaftrek zijn uitgesloten.
  • De willekeurige afschrijving moet binnen vijf jaar zijn afgerond.

Herinvesteringsreserve (HIR)

Via je aangifteAlgemeen bekend

In het kort

Verkoop je iets van je bedrijf met winst en wil je iets nieuws kopen, dan hoef je over die winst nog geen belasting te betalen. Je zet de winst opzij en trekt die later af van de nieuwe aankoop.

Wat het is

Verkoop je een bedrijfsmiddel met winst, dan hoef je die winst niet meteen te belasten als je van plan bent iets nieuws te kopen. Je parkeert de winst in een reserve en haalt hem later van de aanschafprijs van het vervangende bedrijfsmiddel af.

Voor wie

Alle ondernemers (IB en Vpb) die een bedrijfsmiddel vervreemden met een boekwinst en een herinvesteringsvoornemen hebben.

Bedragen en cijfers 2026

  • Volledig uitstel van heffing over de boekwinst. Bij € 100.000 boekwinst en 37,56% marginaal: € 37.560 aan uitgestelde belasting.
  • De reserve valt uiterlijk vrij in het derde jaar ná het jaar van ontstaan — dus maximaal vier jaar (jaar van vervreemding plus drie).

Strategie en stappen

  • Documenteer je herinvesteringsvoornemen: offertes, zoekopdrachten, bestuursbesluiten. Dit is het punt waarop de Belastingdienst het vaakst corrigeert.
  • Bij overheidsingrijpen — onteigening, ruimtelijke-ordenings- of milieubesluiten, aangewezen EU-regelgeving — vervalt de functie-eis grotendeels. Dat is een aanzienlijke verruiming die veel agrariërs en bedrijven bij gebiedsontwikkeling raakt, en zij is weinig bekend. Er is bovendien een HIR bij het staken van een gedeelte van een onderneming door overheidsingrijpen.
  • Winst uit het traject € 45.592 – € 78.426 wegschuiven met een HIR is per euro het meest waard van alle timingacties.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Het herinvesteringsvoornemen moet doorlopend bestaan en aannemelijk zijn; verdwijnt het, dan valt de reserve direct vrij.
  • De termijn kan langer zijn als de aard van het bedrijfsmiddel dat vereist, of als de aanschaf door bijzondere omstandigheden is vertraagd — mits er een begin van uitvoering is.
  • Eis van eenzelfde economische functie bij bedrijfsmiddelen waarop niet of in meer dan tien jaar wordt afgeschreven. De HIR van een verkocht pand kun je dus niet zomaar op een machine afboeken.
  • Beleggingen en voorwerpen van geringe waarde zijn uitgesloten.

Kostenegalisatiereserve (KER)

Via je aangifteMatig bekend

In het kort

Komt er over een paar jaar een grote kostenpost aan, zoals groot onderhoud, dan mag je daar nu al elk jaar een deel voor opzijzetten. Dat deel trek je nu al van je winst af.

Wat het is

Weet je dat over een paar jaar een grote kostenpost aankomt die door de jaren daarvóór wordt veroorzaakt — groot onderhoud van een pand bijvoorbeeld — dan mag je daar nu al jaarlijks een stuk voor reserveren en van je winst aftrekken.

Voor wie

Alle ondernemers (IB en Vpb) met toekomstige kosten die hun oorsprong vinden in de huidige bedrijfsuitoefening. Juist kleine ondernemers met grote periodieke onderhoudsposten benutten dit zelden.

Bedragen en cijfers 2026

  • Reserveer je vier jaar lang € 10.000 voor een dakrenovatie, dan heb je € 40.000 aftrek vooruitgenomen ≈ € 15.024 aan uitgestelde belasting bij 37,56%.

Strategie en stappen

  • Er staat geen bedrag in de wet: de omvang volgt uit goed koopmansgebruik. Dat geeft ruimte, mits je de onderbouwing op orde hebt.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • De drie klassieke eisen: de kosten vinden hun oorsprong in de jaren waarin wordt gereserveerd; er is een redelijke mate van zekerheid over het optreden en de omvang; en de toerekening gebeurt gelijkmatig.
  • Bij staking valt de reserve vrij in de stakingswinst.

Afschrijving, bodemwaarde en de grens voor kleine bedrijfsmiddelen

Via je aangifteAlgemeen bekend

In het kort

Wat je voor je bedrijf koopt, trek je meestal in delen af, verspreid over de jaren. Iets onder € 450 mag je meteen aftrekken; op een bedrijfspand afschrijven kan bijna niet meer.

Wat het is

De regels die bepalen hoe snel je bedrijfsmiddelen ten laste van de winst mag brengen — en waarom afschrijven op je bedrijfspand feitelijk onmogelijk is geworden.

Voor wie

Alle ondernemers.

Bedragen en cijfers 2026

  • Afschrijving op bedrijfsmiddelen: maximaal 20% van de aanschaffings- of voortbrengingskosten per jaar.
  • Goodwill: maximaal 10% per jaar.
  • Vergunningen, concessies en intellectuele eigendom: maximaal 20% per jaar.
  • Bedrijfsmiddelen onder € 450: in één keer ten laste van de winst.
  • Gebouwen: afschrijven mag tot de bodemwaarde, die sinds 2024 voor álle bedrijfspanden — dus ook bij eigen gebruik — gelijk is aan de volle WOZ-waarde. In de praktijk betekent dat voor veel panden dat afschrijven feitelijk onmogelijk is geworden.

Strategie en stappen

  • Bezwaar maken tegen een te hoge WOZ-beschikking is een directe, legitieme manier om afschrijvingsruimte terug te winnen — de bodemwaarde is immers de WOZ-waarde. Die koppeling is weinig bekend.

Kosten en aftrekbeperkingen 6

Gemengde kosten: de drempel of het vaste percentage

Via je aangifteMatig bekend

In het kort

Kosten voor eten, drinken en recepties zijn maar deels aftrekbaar. Je kiest: de eerste € 5.700 niet aftrekken, of van alles 80% aftrekken.

Wat het is

Kosten voor eten, drinken, representatie en congressen zijn maar deels aftrekbaar. Je mag kiezen: óf een vast bedrag niet aftrekken, óf een vast percentage van álle kosten wél aftrekken.

Voor wie

Alle IB-ondernemers; voor Vpb-plichtigen geldt een ander percentage.

Bedragen en cijfers 2026

  • Drempelregel: de eerste € 5.700 aan gemengde kosten is niet aftrekbaar.
  • Percentageregel: 80% van álle gemengde kosten aftrekken (IB). Voor Vpb-plichtigen: 73,5%.
  • Het knikpunt ligt bij € 28.500 aan gemengde kosten (20% × K = € 5.700). Voor de Vpb ligt het knikpunt bij € 5.700 / 26,5% = € 21.509.
  • Doorgerekend: bij € 10.000 aan gemengde kosten geeft de drempelregel € 4.300 aftrek en de 80%-regel € 8.000 aftrek → € 3.700 meer aftrek, ongeveer € 1.390 belastingvoordeel door simpelweg het juiste vakje aan te vinken.

Strategie en stappen

  • Bij minder dan € 28.500 aan gemengde kosten is de 80%-keuze voordeliger; bij méér is de drempelregel beter. Dat de 80%-keuze bij lage gemengde kosten bijna altijd beter uitpakt, is weinig bekend en kost veel kleine ondernemers jaarlijks geld.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • De keuze voor 80% maak je bij de aangifte — het is een expliciete keuze, geen automatisme, en zij geldt voor alle gemengde kosten samen, niet per post.
  • Reis- en verblijfkosten voor congressen zijn bovendien afzonderlijk beperkt tot € 1.500, tenzij het bijwonen noodzakelijk is voor je werk.

Werkruimte in de eigen woning

Via je aangifteAlgemeen bekend

In het kort

Werk je thuis, dan mag je de kosten van je werkkamer alleen aftrekken als die een echt apart deel van je huis is. Denk aan een eigen ingang en eigen voorzieningen.

Wat het is

Werk je thuis, dan mag je de kosten daarvan alleen aftrekken als je werkkamer een echt zelfstandig deel van je huis is — met een eigen ingang en eigen voorzieningen — én je er ook je geld mee verdient.

Voor wie

IB-ondernemers met een werkruimte in een woning die niet tot het ondernemingsvermogen behoort.

Bedragen en cijfers 2026

  • Als de werkruimte kwalificeert: een evenredig deel van huur, energie, verzekering, onderhoud en inrichting.
  • Bij een woning waar 15% van de oppervlakte kwalificeert en € 18.000 aan woonlasten: ongeveer € 2.700 aftrek ≈ € 1.014 bij 37,56%.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Test 1 — zelfstandigheid: de ruimte moet naar verkeersopvatting een zelfstandig gedeelte van de woning vormen. De vuistregel uit de jurisprudentie is dat de ruimte apart verhuurd zou kunnen worden — dus eigen opgang en eigen sanitair. Een zolderkamer of een hoek van de woonkamer haalt dit nooit.
  • Test 2 — inkomen: heb je óók een werkplek elders, dan moet je hoofdzakelijk (≥ 70%) je inkomen in die thuiswerkruimte verdienen. Heb je géén werkplek elders, dan moet je hoofdzakelijk (≥ 70%) je inkomen in of vanuit de ruimte verdienen én in belangrijke mate (≥ 30%) in de ruimte.
  • Hetzelfde regime geldt voor een huurrecht dat wél tot het ondernemingsvermogen behoort, en voor een woning in het ondernemingsvermogen. Er is dus geen ontsnapping via vermogensetikettering.
  • Het verschil tussen “in” en “vanuit” wordt in de praktijk vaak verkeerd toegepast.

Auto, fiets en kilometervergoeding binnen de onderneming

Via je aangifteAlgemeen bekend

In het kort

Je kiest of je auto bij je bedrijf hoort of privé blijft. Bij de zaak trek je alle kosten af maar telt een deel van de nieuwprijs als inkomen; privé trek je een vast bedrag per zakelijke kilometer af.

Wat het is

Je kunt je auto zakelijk of privé houden. Dat is een echte keuze met een berekenbaar omslagpunt.

Voor wie

Alle IB-ondernemers.

Na 2026

Voorstel Belastingplan 2027, nog geen wet: Het hogere bijtellingsregime voor oude auto’s op basis van de dagwaarde gaat niet in één stap naar 25 jaar: de leeftijdsgrens wordt 17 jaar in 2027 en 20 jaar in 2028. Bronnen: Tweede Kamer — kamerstuk 37 022: wetsvoorstel en memorie van toelichting · Rijksoverheid — nieuwsbericht Belastingplan 2027 (15 september 2026)

Meer in de vooruitblik: alle voorstellen uit het Belastingplan 2027.

Bedragen en cijfers 2026

  • Auto op de zaak: alle kosten aftrekbaar, maar bijtelling van 22% van de cataloguswaarde (auto’s die niet meer dan 16 jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen), of 35% van de waarde in het economisch verkeer bij auto’s ouder dan 16 jaar — de youngtimer-route. De leeftijdsgrens is per 2026 van 15 naar 16 jaar gegaan.
  • Elektrisch: de bijtelling wordt verlaagd met 4% van de waarde, met een maximum van € 1.200 aan korting — dat komt neer op een cap van € 30.000 aan cataloguswaarde. Waterstof- en zonnecelauto’s kennen die cap niet.
  • Geen bijtelling bij niet meer dan 500 privékilometers per jaar, te bewijzen met een sluitende rittenregistratie. Woon-werkverkeer telt daarbij niet als privé.
  • Auto in privé: € 0,25 per zakelijke kilometer aftrekbaar van de winst (art. 3.15 lid 6 en 3.17 lid 1 sub b Wet IB noemen nog € 0,23; het beleidsbesluit van 17 mei 2026 verhoogt het met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026). Bij 12.000 zakelijke kilometers: € 3.000 aftrek ≈ € 1.127 bij 37,56%.
  • Fiets van de zaak: onttrekking van 7% van de consumentenadviesprijs per jaar. Staat de fiets niet meer dan bijkomstig bij je woon- of verblijfadres — denk aan een fiets die op de zaak of bij het station blijft — dan is de onttrekking nihil (art. 3.20a lid 5 Wet IB 2001; voor werknemers art. 13ter lid 5 Wet LB 1964). Die regel werkt terug tot 1 januari 2020.

Strategie en stappen

  • Dat woon-werkverkeer voor de IB-ondernemer niet als privé telt, is matig bekend en kan het verschil maken tussen wel en geen bijtelling.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Vermogensetikettering is niet vrij: bij meer dan 90% zakelijk gebruik is de auto verplicht ondernemingsvermogen, bij meer dan 90% privégebruik verplicht privévermogen. Daartussen heb je een keuze die je bij aanschaf maakt en waar je in beginsel aan vastzit.
  • De rittenregistratie is het risico dat het vaakst misgaat: de Belastingdienst toetst hem streng, en een onvolledige registratie leidt tot de volle bijtelling.

Bijtelling privégebruik van een ondernemingswoning

Via je aangifteMatig bekend

In het kort

Hoort je huis bij je bedrijf, dan mag je alle woonlasten aftrekken. Daar staat tegenover dat je een percentage van de WOZ-waarde bij je winst telt.

Wat het is

Hoort je woning tot je ondernemingsvermogen, dan zijn alle woonlasten aftrekbaar maar moet je een percentage van de WOZ-waarde bij je winst optellen.

Voor wie

IB-ondernemers met een woning in het ondernemingsvermogen.

WOZ-waardePercentage
€ 0 – € 12.5000,65%
€ 12.500 – € 25.0000,80%
€ 25.000 – € 50.0000,90%
€ 50.000 – € 75.0001,00%
€ 75.000 – € 1.350.0001,10%
boven € 1.350.000€ 14.850 + 2,35% over het meerdere

Strategie en stappen

  • Vergelijk dit vooraf met de eigenwoningregeling in box 1 — zie het domein Vermogen, wonen en gezin.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Etikettering als ondernemingsvermogen is een eenmalige keuze met langetermijngevolgen: bij staking of onttrekking reken je af over de volledige waardestijging.

Aanloopverliezen: kosten van vijf jaar vóór de start

Via je aangifteWeinig bekend

In het kort

Kosten die je maakte in de vijf jaar voordat je ondernemer werd, zoals een opleiding of een prototype, mag je alsnog aftrekken. Dat doe je in je eerste jaar als ondernemer.

Wat het is

Kosten die je maakte in de vijf jaar vóórdat je officieel ondernemer werd — marktonderzoek, een prototype, opleidingen voor het bedrijf — mag je alsnog aftrekken in je eerste ondernemersjaar.

Voor wie

Startende ondernemers.

Bedragen en cijfers 2026

  • Kosten uit de vijf jaar vóór de start. Bij € 5.000 aan aanloopkosten: ongeveer € 1.788 bij 35,75%.

Strategie en stappen

  • Bewaar de bonnen van vóór je KvK-inschrijving. Daar gaat het meestal mis: veel starters gooien de administratie van de voorbereidingsjaren weg.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Alleen de per saldo resterende kosten, en alleen voor zover ze niet al ten laste van je inkomen uit werk en woning zijn of konden worden gebracht.
  • De kosten moeten aantoonbaar verband houden met het starten van déze onderneming.

Generieke renteaftrekbeperking: earningsstripping

Via je aangifteWeinig bekend

In het kort

Een BV mag rente op leningen niet altijd helemaal aftrekken. Dat raakt je pas bij een heel hoge rentelast; wat niet aftrekbaar is, schuift door naar latere jaren.

Wat het is

Een BV mag haar rentelasten niet onbeperkt aftrekken. Boven een drempel wordt het saldo van rentelasten min rentebaten beperkt tot een percentage van de winst vóór rente, belastingen en afschrijvingen. Wat niet aftrekbaar is, gaat niet verloren maar schuift door naar latere jaren.

Voor wie

Elke BV die met vreemd vermogen is gefinancierd — een vastgoed-BV, een BV die een overname met een lening heeft betaald, of een BV die van de dga heeft geleend. De regeling geldt voor álle vennootschappen, niet alleen voor concerns.

Bedragen en cijfers 2026

  • Het saldo aan renten is niet aftrekbaar voor zover het hoger is dan het hoogste van 24,5% van de gecorrigeerde winst of € 1.000.000 (art. 15b lid 1). Die € 1.000.000 is een vaste voet: blijft je rentesaldo daaronder, dan raakt de regeling je niet.
  • Het saldo aan renten is rentelasten min rentebaten, en het bedraagt ten minste nihil (lid 2). Een BV die zelf rente ontvangt, kan die dus tegen haar rentelasten afzetten voordat de beperking in beeld komt.
  • De gecorrigeerde winst is de fiscale winst vóór toepassing van deze beperking, vermeerderd met de afschrijvingen en met het rentesaldo zelf — de fiscale variant van EBITDA. Bij een BV met een winst vóór rente en afschrijving van € 2.000.000 is de ruimte dus € 490.000, en dat is minder dan de vaste voet: dan geldt de € 1.000.000.

Strategie en stappen

  • Wat niet aftrekbaar is, wordt voortgewenteld naar volgende jaren en blijft daar beschikbaar zolang er ruimte is. Het is dus uitstel, geen verlies — maar wel een liquiditeitsnadeel in het jaar zelf.
  • De vaste voet van € 1.000.000 geldt per belastingplichtige. Twee zelfstandige BV’s hebben er elk één; in een fiscale eenheid is er één voet voor het geheel. Dat is naast de tariefopstap een tweede reden om een fiscale eenheid bewust te overwegen.
  • Voor een vastgoed-BV is dit het scherpst: daar zijn de rentelasten hoog en is de gecorrigeerde winst juist laag, want de huuropbrengst min de afschrijving levert weinig winst op. Reken vóóraf uit of het rentesaldo boven de voet komt.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Deze beperking staat naast de specifieke renteaftrekbeperkingen. Zij vervangt die niet: eerst komen de specifieke bepalingen, daarna deze.
  • Het percentage is per 1 januari 2025 van 20% naar 24,5% gegaan en geldt in 2026 onveranderd. Wie met ouder commentaar rekent, komt te laag uit.
  • Rente aan de eigen dga telt gewoon mee in het saldo. Een BV die haar pand met een lening van de dga heeft gefinancierd, valt hier dus net zo goed onder als een BV met een bankhypotheek.

BV en directeur-grootaandeelhouder 11

Gebruikelijk loon: de ruimte die de wet laat

Via je werkgeverAlgemeen bekend

In het kort

Als dga betaal je jezelf een normaal salaris. De wet legt een ondergrens, vaak € 58.000, maar een lager loon kan als je aantoont dat het past bij vergelijkbaar werk.

Wat het is

Als dga moet je jezelf een “normaal” salaris betalen. De wet legt een bodem, maar die bodem is niet in beton gegoten.

Voor wie

Werknemers die arbeid verrichten voor een lichaam waarin zij of hun partner een aanmerkelijk belang hebben.

Voorbehoud

Dat de doelmatigheidsmarge per 2023 is vervallen, leidt het onderzoek af uit het ontbreken ervan in de wettekst per 1-1-2026. Dat is sterk bewijs, maar er is geen expliciete officiële bevestigingspagina voor 2026 gevonden.

Bedragen en cijfers 2026

  • Het loon wordt ten minste gesteld op het hoogste van: (1) het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking; (2) het hoogste loon van de overige werknemers van de vennootschap of verbonden lichamen; (3) € 58.000.
  • Elke € 10.000 die je legitiem lager zit, verschuift ongeveer € 3.756 aan box 1-heffing naar het Vpb/box 2-traject (gecombineerd 38,85% in de eerste schijven) — dat scheelt op die € 10.000 ongeveer € 380 per jaar, en veel meer als de winst in de BV blijft. Bovendien scheelt het 4,85% Zvw over dat bedrag (€ 485).

Strategie en stappen

  • De neerwaartse route: kun je aannemelijk maken dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan € 58.000, dan geldt dat lagere loon. Deeltijd, meerdere BV’s en een aantoonbaar beperkte omvang van de werkzaamheden zijn legitieme argumenten; een “afspraak met jezelf” is dat niet.
  • De volledige uitzondering: is het vast te stellen loon in het kalenderjaar niet hoger dan € 5.000, dan is de gebruikelijkloonregeling in het geheel niet van toepassing. Dit is de klassieke uitweg voor een niet-actieve houdster- of beleggings-BV.
  • Verweermiddel: de inspecteur die stelt dat het loon hoger moet, moet ten minste de criteria overleggen op basis waarvan hij de vergelijkbare dienstbetrekking heeft gekozen.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • De doelmatigheidsmarge bestaat niet meer. Tot en met 2022 mocht je een percentage onder het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking gaan; die marge is per 2023 vervallen. Adviezen die er nog van uitgaan, zijn verouderd.
  • De startersregeling voor innovatieve start-ups is niet meer beschikbaar. De mogelijkheid om het wettelijk minimumloon als gebruikelijk loon te nemen verviel voor nieuwe gevallen per 2023; het overgangsrecht liep uiterlijk tot en met 2024.

Box 2: twee schijven en dividendtiming

Via je aangifteMatig bekend

In het kort

Haal je geld uit je BV als dividend, dan betaal je tot € 68.843 per jaar 24,5% en daarboven 31%. Spreiden over jaren of over partners kan daardoor belasting schelen.

Wat het is

Haal je geld uit je BV als dividend, dan betaal je over de eerste schijf een lager tarief dan daarboven. Spreiden over jaren — en over partners — scheelt echt geld.

Voor wie

Aanmerkelijkbelanghouders.

Belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belangTarief
tot € 68.84324,5%
boven € 68.84331% (belasting € 16.866 + 31% over het meerdere)

Bedragen en cijfers 2026

  • Spreiden over twee jaren: € 137.686 in één jaar kost € 16.866 + 31% × € 68.843 = € 38.207. In twee jaren van € 68.843 kost het 2 × € 16.866 = € 33.732. Verschil: € 4.475.
  • Spreiden over fiscale partners: heeft ieder een eigen aanmerkelijk belang, of wordt het inkomen tussen partners verdeeld, dan is de 24,5%-schijf twee keer te benutten: tot € 137.686 per jaar tegen 24,5%. Bij een uitkering van € 137.686 scheelt dat ten opzichte van één partner € 4.475 per jaar.

Strategie en stappen

  • Voor een dga met toeslagen is dividendtiming een aanzienlijk grotere beslissing dan de box 2-tabel alleen suggereert: een dividenduitkering slaat in één klap door naar je toetsingsinkomen van dát jaar, en kost dan niet alleen box 2-heffing maar ook toeslagen én algemene heffingskorting (6,398% afbouw over het verzamelinkomen).

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Een dividend vereist een geldig uitkeringsbesluit, en het bestuur moet de uitkeringstoets doen. Keert de BV te veel uit, dan zijn bestuurders persoonlijk aansprakelijk.
  • Verdeling tussen fiscale partners kan alleen als er ook echt een aanmerkelijk belang bij beiden ligt of de toerekeningsregel van toepassing is. Aandelen kunstmatig heen en weer schuiven vlak vóór een uitkering is precies het soort constructie dat op fraus legis strandt.

Vennootschapsbelasting: de tariefopstap

Via je administratie of aangifte omzetbelastingAlgemeen bekend

In het kort

Je BV betaalt over de eerste € 200.000 winst 19% vennootschapsbelasting, en over de winst daarboven 25,8%.

Wat het is

De eerste schijf winst van je BV wordt tegen een fors lager tarief belast dan de winst daarboven.

Voor wie

Alle Vpb-plichtige lichamen.

Bedragen en cijfers 2026

  • 19% tot € 200.000 winst; 25,8% daarboven (belasting € 38.000 + 25,8% over het meerdere).
  • Het verschil van 6,8 procentpunt over € 200.000 is € 13.600 per vennootschap per jaar.

Strategie en stappen

  • De opstap geldt per belastingplichtige. Bij een fiscale eenheid is er maar één belastingplichtige en dus maar één opstap. Twee zelfstandige BV’s met elk € 200.000 winst benutten twee opstappen; dezelfde twee in een fiscale eenheid benutten er één.
  • Het verbreken van een fiscale eenheid, of het bewust níét aangaan ervan, is een volstrekt legale keuze — let wel op de keerzijden: geen onderlinge verliesverrekening, geen geruisloze onderlinge vermogensoverdrachten, en de sanctiebepaling bij eerdere overdrachten binnen de eenheid.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Antimisbruik: het opknippen van één onderneming in meerdere vennootschappen louter om de opstap te vermenigvuldigen, kan als fraus legis worden bestreden. Een reële, zelfstandige bedrijfsuitoefening per vennootschap is de grens.

Innovatiebox — inclusief het forfait

Via je administratie of aangifte omzetbelastingMatig bekend

In het kort

Winst die je BV maakt met eigen uitvindingen of ontwikkeling, wordt maar met 9% belast. Voor kleinere bedrijven is er een eenvoudige vaste berekening.

Wat het is

Winst die je met eigen innovatie maakt, wordt in de BV tegen een veel lager tarief belast. En er is een vereenvoudigde variant waarbij je niet hoeft uit te rekenen welk deel van je winst precies van de innovatie komt.

Voor wie

Vpb-plichtige lichamen met een zelf voortgebracht kwalificerend immaterieel activum. Voor kleinere belastingplichtigen volstaat een S&O-verklaring; grotere hebben daarnaast een tweede toegangsticket nodig (octrooi, kwekersrecht, programmatuur, een handelsvergunning voor een geneesmiddel, een aanvullend beschermingscertificaat, een geregistreerd gebruiksmodel, of een toelating voor een niet-chemische gewasbeschermingsmethode).

Voorbehoud

Het forfait is bevestigd op belastingdienst.nl en in een zoekresultaat toegeschreven aan art. 7aa Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971. Het onderzoek heeft de tekst van dat uitvoeringsbesluit niet zelf ingezien — de vindplaats is dus tweedehands; bedrag en percentage zijn wél via belastingdienst.nl bevestigd.

Na 2026

Voorstel Belastingplan 2027, nog geen wet: In de innovatiebox mag een mkb-bedrijf het forfaitaire deel van zijn innovatiewinst verhogen tot € 100.000, vier keer zoveel als nu. Bronnen: Tweede Kamer — kamerstuk 37 022: wetsvoorstel en memorie van toelichting · Rijksoverheid — nieuwsbericht Belastingplan 2027 (15 september 2026)

Meer in de vooruitblik: alle voorstellen uit het Belastingplan 2027.

Bedragen en cijfers 2026

  • Effectief 9% in plaats van 19% of 25,8%. Op € 100.000 kwalificerende winst scheelt dat € 10.000 (bij 19%) tot € 16.800 (bij 25,8%).
  • Het forfait: je mag zonder toerekeningsberekening 25% van de winst vóór toepassing van de innovatiebox in de innovatiebox stoppen, met een maximum van € 25.000, in het jaar waarin je het activum voortbrengt en de twee volgende jaren.
  • Voordeel van het forfait: 10 procentpunt × € 25.000 = € 2.500 per jaar, drie jaar lang, met vrijwel geen administratieve last.

Strategie en stappen

  • Eén S&O-verklaring bij RVO opent drie deuren: de afdrachtvermindering in de loonheffing, de S&O-aftrek in de inkomstenbelasting, en het toegangsticket tot de innovatiebox. Eén aanvraag, drie voordelen.
  • Elk belastingkantoor heeft aanspreekpunten waarmee je vooraf zekerheid kunt krijgen — de aangewezen weg bij een substantiële claim.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • De nexusbreuk beperkt het voordeel naar rato van eigen uitgaven (kwalificerende uitgaven × 1,3, gedeeld door totale uitgaven). Uitbesteed onderzoek aan verbonden lichamen verkleint het voordeel.
  • De drempel betekent dat je eerst de nog in te lopen voortbrengingskosten moet goedmaken voordat er voordeel is.
  • Er moet een administratie zijn waaruit blijkt dat je het activum bezit, welke voordelen eruit voortkomen, en hoe je dat hebt berekend.

WBSO — afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk

Aparte aanvraagAlgemeen bekend

In het kort

Doet je bedrijf onderzoek en ontwikkeling met personeel, dan draag je minder loonheffing af. Het is een korting op wat je afdraagt, met een verklaring van RVO.

Wat het is

Doe je R&D met personeel in dienst, dan mag je een deel van de loonheffing die je afdraagt gewoon houden. Het is geen aftrek maar een directe korting op je afdracht.

Voor wie

S&O-inhoudingsplichtigen — werkgevers, dus ook de BV van een dga die zichzelf loon betaalt — met een S&O-verklaring van RVO. Zzp’ers zonder personeel: zie de S&O-aftrek.

Bedragen en cijfers 2026

  • 36% van de eerste € 391.020 van de totale S&O-grondslag.
  • 16% over het restant.
  • Starters: 50% in plaats van 36% over die eerste schijf, maximaal drie kalenderjaren.
  • Rekenvoorbeeld: een BV met € 200.000 S&O-grondslag krijgt 36% = € 72.000 minder loonheffing af te dragen. Een starter met dezelfde grondslag: 50% = € 100.000.

Strategie en stappen

  • Weinig bekend bij kleine BV’s die wél technisch nieuwe software of processen ontwikkelen maar zichzelf niet als “R&D-bedrijf” zien. De lat is lager dan gedacht.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Vooraf aanvragen — de S&O-verklaring werkt niet met terugwerkende kracht.
  • Sluitende urenregistratie is verplicht.
  • Na afloop van het kalenderjaar moet je uiterlijk 31 maart de gerealiseerde uren en kosten melden. Vergeten leidt tot correctie en boete.
  • De starterstatus wordt getoetst op de historie van de onderneming én van de eigenaren: zet je een bestaande activiteit voort in een nieuwe BV, dan neemt die BV de starterstatus vaak niet mee.

Excessief lenen bij de eigen vennootschap

Via je aangifteMatig bekend

In het kort

Leen je als dga meer dan € 500.000 van je eigen BV, dan wordt het deel daarboven belast alsof het dividend is. Die grens geldt voor jou en je partner samen.

Wat het is

Leen je meer dan een bepaald bedrag van je eigen BV, dan wordt het meerdere belast alsof je het als dividend hebt uitgekeerd — ook al heb je niets uitgekeerd.

Voor wie

Aanmerkelijkbelanghouders en hun partners: samen één drempel.

Bedragen en cijfers 2026

  • Drempel: € 500.000, verhoogd met bedragen die eerder al als fictief regulier voordeel zijn belast.
  • Peilmoment: 31 december, nominale waarde. De drempel geldt voor jou en je partner gezamenlijk.
  • Elke € 100.000 waarmee je op 31 december onder de drempel blijft, scheelt in dat jaar € 24.500 aan box 2-heffing.

Strategie en stappen

  • Eigenwoningschuld blijft buiten beschouwing, maar alleen voor zover er een recht van hypotheek op de eigen woning aan de vennootschap is verstrekt.
  • Overgangsrecht: voor een op 31 december 2022 bestaande eigenwoningschuld geldt die hypotheekeis níét. Wie vóór 2023 al bij zijn eigen BV woonde te lenen, hoeft daar dus geen hypotheek voor te vestigen. Dat is weinig bekend.
  • Het systeem is symmetrisch: daalt de schuld later onder de drempel, dan krijg je een negatief fictief regulier voordeel, zodat je niet dubbel betaalt.
  • En de andere kant van dezelfde lening: bij je eigen BV lenen voor je eigen woning is fiscaal iets heel anders dan bij een bank lenen. De rente die je betaalt is privé aftrekbaar, afgetopt op 37,56% door de tariefsaanpassing. Maar bij de bank is die rente daarna weg; bij je eigen BV komt zij binnen als winst. Over € 10.000 rente betaalt de BV 19% vennootschapsbelasting en houdt zij € 8.100 over; keert zij dat later uit, dan blijft daar na 24,5% box 2 nog € 6.115 van over. Je hebt dan € 10.000 rente betaald, € 3.756 aftrek gekregen en € 6.115 langs een andere route terugontvangen: netto ongeveer € 129 in plaats van € 6.244 bij een bank. De rente lekt niet uit je eigen huishouding weg.
  • Dat voordeel is geen truc maar het gevolg van twee heffingen die elkaar bijna opheffen — en het staat of valt met twee dingen: de rente moet zakelijk zijn (te laag en de inspecteur corrigeert; te hoog en het is verkapt dividend), en de lening moet aan alle eisen van een eigenwoningschuld voldoen, inclusief de aflossingseis voor leningen van na 2012. Een lening bij je eigen BV die je nergens aflost, is geen eigenwoningschuld en geeft dus geen renteaftrek.
  • Geef de lening elk jaar in je aangifte op. Art. 3.119g verplicht dat voor iedere eigenwoningschuld die je bent aangegaan bij een ander dan een aangewezen administratieplichtige — en je eigen BV is dat niet. Een bank stuurt je een jaaropgaaf en levert de gegevens zelf aan; je BV doet dat niet, dus doe je het zelf. Sla je het over, dan hoort de schuld niet tot de eigenwoningschuld en is de rente niet aftrekbaar.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Omdat er op één peildatum wordt gemeten, is een tijdelijke aflossing rond de jaarwisseling technisch effectief — maar een aflossing die direct in januari wordt teruggedraaid met geld dat daarvoor speciaal is geleend, is een schijnhandeling en houdt geen stand. Een reële, blijvende aflossing (bijvoorbeeld gefinancierd met een dividend of een bankherfinanciering) is dat wél.
  • Ook schulden van bloed- en aanverwanten in de rechte lijn tellen mee.

Terugbetaling van gestort kapitaal of agio

Via notaris of akteMatig bekend

In het kort

Geld dat je ooit zelf in je BV hebt gestopt, kun je er onder voorwaarden belastingvrij weer uithalen. Het is immers je eigen geld en geen winst.

Wat het is

Geld dat je ooit zelf in je BV hebt gestopt, kun je er onder voorwaarden onbelast weer uithalen — het is immers je eigen geld, geen winst.

Voor wie

Aanmerkelijkbelanghouders van een BV met gestort kapitaal of agio.

Bedragen en cijfers 2026

  • De teruggaaf vormt géén regulier voordeel voor zover hij niet meer bedraagt dan de verkrijgingsprijs van de aandelen.
  • Op een terugbetaling van € 200.000 die binnen de verkrijgingsprijs blijft: € 49.000 minder box 2-heffing dan bij dividend.

Strategie en stappen

  • Bij agio-terugbetaling volgt uit de systematiek dat eerst agio in nominaal kapitaal moet worden omgezet. Dit is bij uitstek een route waarvoor je een notaris nodig hebt.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Twee formele eisen, in deze volgorde — en fataal als je ze mist: (1) de algemene vergadering van aandeelhouders moet tevoren tot de teruggaaf hebben besloten; (2) de nominale waarde van de aandelen moet bij statutenwijziging, dus notarieel, met een gelijk bedrag zijn verminderd.
  • Doe je het in de verkeerde volgorde, of laat je de statutenwijziging achterwege, dan is de hele betaling gewoon dividend. Dat is de meest voorkomende fout.

Werkkostenregeling: de dga is ook werknemer

Via je werkgeverWeinig bekend

In het kort

Ook als dga ben je werknemer van je eigen BV. Je BV mag je dus, net als ander personeel, belastingvrij iets geven binnen de vrije ruimte van de werkkostenregeling.

Wat het is

Als werkgever mag je een deel van je loonsom onbelast aan je personeel vergoeden of verstrekken. Een dga is werknemer van zijn eigen BV en telt daarin mee.

Voor wie

Elke BV met een dga op de loonlijst.

Bedragen en cijfers 2026

  • Vrije ruimte 2,00% van de fiscale loonsom tot € 400.000, en 1,18% over het meerdere.
  • Bij één dga met een gebruikelijk loon van € 58.000 is de vrije ruimte € 1.160, die volledig onbelast kan worden aangewend.
  • Daarbovenop staan de gerichte vrijstellingen, die de vrije ruimte niet raken: € 0,25 per kilometer, € 2,45 per thuiswerkdag, verhuiskosten € 7.750, en producten uit eigen bedrijf tot 20% korting met een maximum van € 500.

Strategie en stappen

  • Bij eenpersoons-BV’s is dit weinig bekend, terwijl het daar de eenvoudigste € 1.160 per jaar is die er te halen valt.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Het gebruikelijkheidscriterium blijft gelden: de vergoeding mag niet meer dan 30% afwijken van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is.
  • Overschrijding van de vrije ruimte kost 80% eindheffing.
  • Je moet de aanwijzing als eindheffingsbestanddeel uiterlijk op het moment van vergoeden of verstrekken doen; achteraf herstellen kan niet.

Terbeschikkingstellingsregeling: privé een pand of geld aan je eigen BV

Via je aangifteMatig bekend

In het kort

Verhuur of leen je privé iets aan je eigen BV, zoals een pand of geld, dan valt de opbrengst in box 1 en niet in box 3. Je mag dan de echte kosten aftrekken, en er is een kleine vrijstelling.

Wat het is

Stel je privé een pand, een werkruimte of geld ter beschikking aan je eigen BV, dan valt het resultaat daarvan niet in box 3 maar in box 1, als resultaat uit een werkzaamheid. Daar staat een eigen vrijstelling tegenover, en de werkelijke kosten mag je aftrekken.

Voor wie

Elke dga die privé eigenaar is van iets wat zijn BV gebruikt: het bedrijfspand, een werkruimte in de eigen woning, een machine, of een lening aan de eigen BV. Ook wie iets ter beschikking stelt aan de onderneming van een verbonden persoon, bijvoorbeeld een partner of kind.

Bedragen en cijfers 2026

  • De terbeschikkingstellingsvrijstelling is 12% van het resultaat uit de werkzaamheid (art. 3.99b lid 2). Bij een jaarhuur van € 30.000 en € 8.000 werkelijke kosten is het resultaat € 22.000 en de vrijstelling € 2.640; belast is dan € 19.360 in box 1.
  • Die vrijstelling is een grondslagverminderende post (art. 2.10 lid 3 sub c). Boven de derde schijf komt daar dus de tariefsaanpassing over, net als bij de ondernemersaftrek en de MKB-winstvrijstelling.
  • Wat het echt duur of goedkoop maakt, is de waardestijging. Een terbeschikkinggesteld pand zit in box 1: verkoop je het met winst, dan is die winst progressief belast, tot het toptarief. In box 3 zou een waardestijging buiten de heffing blijven, want daar telt alleen het forfaitaire rendement over de waarde op 1 januari.

Strategie en stappen

  • De werkelijke kosten zijn aftrekbaar — onderhoud, verzekering, gemeentelijke lasten, afschrijving binnen de grenzen van de bodemwaarde, en de rente op de lening die je voor het pand bent aangegaan. Dat is een wezenlijk verschil met box 3, waar geen enkele kostenpost aftrekbaar is.
  • Een zakelijke huur is geen keuze maar een eis: is de vergoeding niet zakelijk, dan wordt het resultaat bepaald alsof zij dat wel was. Leg de onderbouwing van de huurprijs vast.
  • Ook een lening aan je eigen BV valt hieronder. De rente die je ontvangt is dan box 1-inkomen in plaats van dat de vordering in box 3 zit — bij een hoge rente is dat ongunstig, bij een lage rente vaak juist niet.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Deze regeling wordt vaak pas ontdekt bij verkoop van het pand of bij beëindiging van de BV, en dan is er niets meer aan te doen. Weet vóóraf in welke box je bezitting zit.
  • De regeling geldt óók bij terbeschikkingstelling aan de onderneming van een verbonden persoon (art. 3.91), niet alleen aan je eigen BV. Een pand dat je aan de eenmanszaak van je partner verhuurt, valt er dus ook onder.
  • De vrijstelling geldt niet voor de variant van art. 3.91 lid 1 onderdeel c. Voor de andere gevallen wel, en over het gezamenlijke resultaat van alle werkzaamheden samen.

Deelnemingsvrijstelling: winst uit een dochter is bij de moeder vrijgesteld

Via je aangifteAlgemeen bekend

In het kort

Heeft je BV een groot genoeg belang in een andere BV, dan zijn het dividend en de verkoopwinst daaruit vrij van vennootschapsbelasting. Zo wordt dezelfde winst niet twee keer belast.

Wat het is

Houdt je vennootschap een belang van voldoende omvang in een andere vennootschap, dan blijven het dividend uit dat belang en de winst bij verkoop ervan buiten de vennootschapsbelasting. Zonder die regeling zou dezelfde winst in elke schakel van een structuur opnieuw worden belast.

Voor wie

Elke dga met een holdingstructuur, en elke BV die aandelen in een andere BV houdt. Ook bij het opzetten van een holding boven een bestaande werkmaatschappij.

Bedragen en cijfers 2026

  • De drempel is 5% van het nominaal gestorte kapitaal (art. 13 lid 2 sub a). Bij een fonds voor gemene rekening geldt 5% van de bewijzen van deelgerechtigdheid; bij een coöperatie is het lidmaatschap zelf genoeg.
  • Wat vrijgesteld is: de voordelen uit hoofde van de deelneming — dividend én de winst bij vervreemding — plus de kosten van aan- en verkoop van de deelneming. Dat is de kern: verkoopt de holding de werkmaatschappij met een boekwinst van € 500.000, dan blijft die volledig buiten de vennootschapsbelasting.
  • Er is één EU-uitzondering op de 5%-eis: bij een deelneming in een EU-lidstaat waarmee Nederland een verdrag heeft dat de dividendheffing aan stemrechten koppelt, is 5% van de stemrechten ook genoeg (art. 13 lid 3).

Strategie en stappen

  • Dit is de reden achter de standaardstructuur: een holding die de aandelen in de werkmaatschappij houdt. Winst kan dan van de werkmaatschappij naar de holding zonder heffing, en de box 2-claim komt pas als de holding uitkeert aan jou privé.
  • Bij een verkoop van je onderneming maakt de structuur het verschil. Verkoop je de aandelen vanuit een holding, dan is de boekwinst vrijgesteld; verkoop je ze privé, dan is het een box 2-vervreemding.
  • Onder de deelneming vallen ook winstbewijzen en bepaalde schuldvorderingen op hetzelfde lichaam (art. 13 lid 4). Een lening die feitelijk als kapitaal functioneert, valt dus mee onder de vrijstelling.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Vrijgesteld betekent óók: een verlies op de deelneming is niet aftrekbaar. De vrijstelling werkt beide kanten op, en dat wordt bij een afwaardering vaak vergeten.
  • De vrijstelling geldt niet onbeperkt: voor een als belegging gehouden deelneming die niet aan de onderworpenheids- of bezittingentoets voldoet, geldt zij niet. Bij een buitenlandse deelneming is dat een reële vraag.
  • Aan- en verkoopkosten van de deelneming zijn niet aftrekbaar — dat is de keerzijde van dezelfde bepaling en kost bij een overname reëel geld aan niet-aftrekbare due diligence.

Giften vanuit je BV: een eigen aftrek met eigen grenzen

Via je aangifteWeinig bekend

In het kort

Geeft je BV aan een goed doel, dan mag de BV dat onder voorwaarden van de winst aftrekken. Dat werkt anders dan de giftenaftrek voor jezelf, en er is geen drempel.

Wat het is

Geeft je BV aan een goed doel, dan is dat onder voorwaarden aftrekbaar van de winst voor de vennootschapsbelasting. Dat is een andere regeling dan de giftenaftrek in de inkomstenbelasting, met een andere grens, een andere drempel en een eigen verhoging voor culturele instellingen.

Voor wie

Elke dga die vanuit zijn BV geeft, of dat overweegt. Wie een BV heeft, heeft hier een keuze die een particulier niet heeft: geven vanuit de BV of geven vanuit privé.

Bedragen en cijfers 2026

  • De aftrek bedraagt ten hoogste 50% van de winst, met een maximum van € 100.000 (art. 16 lid 1). Er is geen drempel zoals bij de gewone giftenaftrek in de inkomstenbelasting: de eerste euro is al aftrekbaar.
  • Voor giften aan een culturele instelling wordt de aftrek verhoogd met 50% van het gegeven bedrag, maar ten hoogste met € 2.500 (art. 16 lid 6). Die verhoging is dus bereikt bij € 5.000 aan culturele giften; daarboven levert zij niets extra op.
  • Wat het waard is: bij een BV-winst onder € 200.000 scheelt elke € 1.000 aftrek € 190 aan vennootschapsbelasting. Geef je dezelfde € 1.000 privé en zit je in de derde schijf, dan is de aftrek — na de tariefsaanpassing en boven de drempel — maximaal € 375,60 waard. Privé geven is dus doorgaans gunstiger, mits je boven de drempel uitkomt en het geld al privé is.

Strategie en stappen

  • De vergelijking privé versus BV gaat niet alleen over het tarief. Om privé te kunnen geven, moet het geld eerst de BV uit, en dat kost box 2. Zit het geld al in de BV en heb je het privé niet nodig, dan is geven vanuit de BV vaak de praktische keuze.
  • Een periodieke gift bestaat alleen in de inkomstenbelasting. Wil je van de drempelloze, plafondloze route gebruikmaken, dan doe je dat privé en niet via de BV.
  • Een gift vanuit de BV aan een ANBI wordt niet als uitdeling aan de aandeelhouder aangemerkt (art. 9 lid 1 sub h Wet Vpb). Zonder die bepaling zou de fiscus kunnen stellen dat je jezelf hebt bevoordeeld en zou er box 2-heffing bij komen.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Contant geven werkt niet. Art. 16 lid 3 sluit een bevoordeling of bijdrage in contant geld uitdrukkelijk uit. Er moeten schriftelijke bescheiden zijn; een bankoverschrijving is dus geen formaliteit maar de voorwaarde.
  • Geef je in natura en is de waarde samen meer dan € 10.000 per kalenderjaar, dan telt zij alleen mee als die waarde uit een onafhankelijk taxatierapport of een factuur volgt die aan de wettelijke regels voldoet (art. 16 lid 4). Het kwijtschelden van een vordering op het goede doel valt daar ook onder (lid 5).
  • De wettekst van art. 16 draagt een aangekondigde wijziging zonder datum van inwerkingtreding. Dat betekent dat er iets klaarligt wat nog niet geldt; controleer bij een grote gift of er inmiddels een inwerkingtredingsbesluit is.

Rechtsvormkeuze 4

Eenmanszaak of BV: waar liggen de omslagpunten?

Via je aangifteAlgemeen bekend

In het kort

Een BV kost pas minder belasting dan een eenmanszaak boven een bepaalde winst: vanaf ongeveer € 94.795 als je alles uitkeert. Bij een heel hoge winst is de eenmanszaak weer gunstiger.

Wat het is

Bij welke winst gaat de BV minder belasting kosten dan de eenmanszaak? Er is niet één omslagpunt maar twee — en boven het tweede wint de eenmanszaak weer.

Voor wie

Elke IB-ondernemer die overweegt om te zetten, en elke dga die overweegt terug te keren.

WinstEenmanszaak nettoDrukBV netto (loon € 58.000, alles uitgekeerd)DrukVoordeel BV
€ 50.000€ 40.32619,3%€ 36.71526,6%− € 3.611
€ 75.000€ 53.04629,3%€ 49.80533,6%− € 3.241
€ 100.000€ 64.02336,0%€ 64.66835,3%+ € 645
€ 125.000€ 76.21339,0%€ 79.95736,0%+ € 3.744
€ 150.000€ 89.51540,3%€ 94.87736,7%+ € 5.362
€ 175.000€ 103.33341,0%€ 108.85037,8%+ € 5.517
€ 200.000€ 117.15041,4%€ 122.82238,6%+ € 5.672
€ 250.000€ 144.78542,1%€ 150.76739,7%+ € 5.982
€ 300.000€ 172.42042,5%€ 176.74241,1%+ € 4.321
€ 400.000€ 227.69043,1%€ 227.94043,0%+ € 249
€ 500.000€ 282.96143,4%€ 279.13844,2%− € 3.823

Bedragen en cijfers 2026

  • Onderste omslagpunt: € 94.795 winst. Daaronder is de eenmanszaak voordeliger.
  • Bovenste omslagpunt: € 406.121 winst. Daarbóven wordt de eenmanszaak wéér voordeliger, omdat het gecombineerde Vpb/box 2-tarief oploopt tot 48,8% terwijl het effectieve marginale IB-tarief door de MKB-winstvrijstelling blijft steken op 44,73%.
  • Modelaannames: alleenstaande ondernemer onder de AOW-leeftijd, geen ander inkomen, voldoet aan het urencriterium, geen startersaftrek, geen investeringen, geen box 3. In de BV-variant is het gebruikelijk loon op € 58.000 gezet en wordt de resterende winst jaarlijks volledig als dividend uitgekeerd. Kosten van de BV-vorm zijn niet meegenomen.
  • Deze tabel en beide omslagpunten worden bij elke bouw door dezelfde rekenkern uitgerekend die ook jouw eigen uitkomst berekent. Ze kunnen dus niet uit elkaar lopen. De arbeidskorting van een ondernemer gaat daarbij over de winst ná investeringsaftrek en vóór ondernemersaftrek en MKB-winstvrijstelling — dat is de grondslag van art. 8.1 lid 1 sub e Wet IB 2001.

Strategie en stappen

  • Dat er ook een bóvengrens is waarboven de eenmanszaak weer wint, is weinig bekend.
  • Wat het punt verschuift: winst oppotten in de BV (zie de volgende regel), een lager gebruikelijk loon (verschuift het onderste punt fors naar beneden), de kosten van de BV-vorm (€ 1.500 – € 3.000 per jaar, verschuift het punt met € 30.000 – € 60.000 winst naar boven), investeringen (KIA, EIA en MIA zijn in de IB méér waard omdat ze tegen 37,56% in plaats van 19% worden vergolden, dus omhoog), en verdere afbouw van de ondernemersaftrek (omlaag).

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Niet-fiscale factoren die meewegen: aansprakelijkheidsbeperking, het ontbreken van ondernemersaftrek en MKB-winstvrijstelling in de BV, en het feit dat de dga geen recht heeft op werknemersverzekeringen.

Winst oppotten in de BV

Via je administratie of aangifte omzetbelastingMatig bekend

In het kort

Laat je de winst in je BV staan, dan betaal je nu alleen vennootschapsbelasting; box 2 komt pas als je uitkeert. Dan is een BV al vanaf ongeveer € 71.635 winst gunstiger.

Wat het is

Laat je de winst in de BV zitten in plaats van hem uit te keren, dan betaal je nu alleen vennootschapsbelasting. De box 2-heffing komt pas bij uitkering. Dat verandert het beeld volledig.

Voor wie

Dga’s die de winst niet volledig nodig hebben voor privé-uitgaven.

WinstDirecte druk eenmanszaakDirecte druk BV (loon € 58.000, geen dividend)Uitstelvoordeel per jaar
€ 75.00029,3%27,9%€ 1.014
€ 100.00036,0%25,7%€ 10.287
€ 150.00040,3%23,5%€ 25.295
€ 200.00041,4%22,3%€ 38.160
€ 300.00042,5%22,2%€ 61.034

Bedragen en cijfers 2026

  • Bij oppotten is de BV al vanaf € 71.635 winst gunstiger dan de eenmanszaak — € 23.160 winst eerder dan wanneer je alles uitkeert.

Strategie en stappen

  • De claim kan later worden afgewikkeld in een jaar met een lage box 2-schijf, of worden doorgeschoven via de bedrijfsopvolgingsregeling of de doorschuifregeling.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Dit is uitstel, geen afstel — de box 2-claim blijft staan. Maar rentevrij uitstel over tien of twintig jaar is reëel geld.
  • Let op de regeling voor excessief lenen: geld dat je uit de BV leent in plaats van uitkeert, loopt boven de drempel alsnog tegen box 2-heffing aan.

Geruisloze omzetting in een BV

Aparte aanvraagAlgemeen bekend

In het kort

Je kunt je eenmanszaak omzetten in een BV zonder meteen belasting te betalen over de waarde die in je bedrijf zit. Die belasting schuift door naar later.

Wat het is

Je eenmanszaak omzetten in een BV zonder direct af te rekenen over de stille reserves en de goodwill.

Voor wie

IB-ondernemers die hun onderneming inbrengen in een NV of BV.

Bedragen en cijfers 2026

  • De hele stakingswinst die je anders in één keer tegen tot 49,5% zou betalen, wordt doorgeschoven. Bij € 300.000 aan stille reserves en goodwill: ongeveer € 130.000 aan uitgestelde heffing.

Strategie en stappen

  • De oktoberdeadline: er geldt terugwerkende kracht naar het begin van het boekjaar, mits de intentieverklaring tijdig is geregistreerd. Daarom ligt de deadline voor “omzetten per 1 januari” in de praktijk eind september of begin oktober van het voorafgaande jaar. Dat is matig bekend en missen kost een heel jaar.
  • Overweeg ruisend omzetten: wél afrekenen, maar dan kun je de stakingswinst benutten voor stakingsaftrek en stakingslijfrente, en start je met een hogere afschrijvingsbasis in de BV. Bij een beperkte stakingswinst is ruisend vaak per saldo beter — het is een rekensom, geen vuistregel.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Verzoek aan de inspecteur; hij beslist bij voor bezwaar vatbare beschikking met standaardvoorwaarden.
  • De oprichters moeten in het aandelenkapitaal geheel of nagenoeg geheel in dezelfde verhouding gerechtigd zijn als in het vermogen van de omgezette onderneming.
  • Aan de standaardvoorwaarden hangt een vervreemdingsverbod voor de aandelen gedurende drie jaar; vervreemd je toch, dan wordt alsnog afgerekend, tenzij een uitzondering geldt.
  • De oudedagsreserve gaat niet mee: de wet bepaalt uitdrukkelijk dat de geruisloze omzetting niet van toepassing is op een oude oudedagsreserve. Die moet je apart afwikkelen.

Geruisloze terugkeer uit de BV

Aparte aanvraagWeinig bekend

In het kort

Je kunt je BV ook weer omzetten in een eenmanszaak zonder meteen af te rekenen. De belasting schuift dan door naar later.

Wat het is

De omgekeerde beweging: je BV ontbinden en de onderneming als eenmanszaak voortzetten, zonder direct af te rekenen.

Voor wie

NV’s en BV’s met uitsluitend natuurlijke personen als aandeelhouder, waarvan de onderneming door die aandeelhouders wordt voortgezet.

Bedragen en cijfers 2026

  • Voorkomt directe Vpb-heffing over stille reserves én box 2-heffing over de liquidatie-uitkering. Bij een BV met € 400.000 aan meerwaarde loopt dat op tot ruim € 150.000 aan uitgestelde heffing.

Strategie en stappen

  • Het box 2-verlies wordt via de terugkeerreserve in de inkomstenbelastingsfeer verwerkt.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Na een terugkeer is de startersaftrek uitgesloten, in het jaar zelf én de vijf jaar daarna. Dat geldt ook voor de S&O-aftrek en de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid. Een verrassend duur detail voor wie denkt opnieuw te beginnen.
  • Gezamenlijk verzoek van de vennootschap en de voortzettende aandeelhouders; de minister stelt nadere voorwaarden. Wordt in de praktijk zelden toegepast omdat de voorwaarden bewerkelijk zijn.

Omzetbelasting 11

Kleineondernemersregeling (KOR)

Aparte aanvraagAlgemeen bekend

In het kort

Is je omzet lager dan € 20.000 per jaar, dan mag je buiten de btw blijven: geen btw op je facturen en geen aangifte. Je kunt dan ook geen btw meer terugvragen.

Wat het is

Blijf je onder een bepaalde omzet, dan mag je helemaal buiten de btw blijven: geen btw op je facturen, geen aangifte. Je mag dan ook geen btw meer terugvragen.

Voor wie

In Nederland gevestigde ondernemers met een jaaromzet in Nederland onder de grens. Ook rechtspersonen — stichtingen, verenigingen, BV’s — kunnen meedoen.

Bedragen en cijfers 2026

  • Omzetgrens: € 20.000 jaaromzet in Nederland.
  • Lever je vooral aan particulieren, dan houd je de btw die je nu afdraagt in eigen zak: bij € 18.000 omzet met 21% btw is dat een marge-effect van ongeveer € 3.125, minus de voorbelasting die je inlevert.

Strategie en stappen

  • Aanmelden werkt met een termijn: de vrijstelling geldt vanaf het eerstvolgende belastingtijdvak dat minimaal vier weken na ontvangst van de melding begint.
  • Wat níét meetelt voor de € 20.000: de vergoeding voor de levering van onroerende zaken die je in je bedrijf hebt gebruikt, en van roerende zaken waarop je afschrijft. Je kunt dus je bestelbus verkopen zonder de KOR-grens te raken.
  • Reken vóór aanmelding de herzieningsregels door — de € 500-drempel daar is vaak de sleutel tot toetreding.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • De uitstap-wachttijd wordt in veel bronnen verkeerd weergegeven. Je kunt opzeggen; de beëindiging gaat in op de eerste dag van het eerstvolgende kalenderkwartaal dat minimaal vier weken na de opzegging begint. Daarna mag je pas weer meedoen na afloop van het jaar van beëindiging én het daaropvolgende kalenderjaar. Dat is niet de oude “drie jaar verplicht meedoen”-regel: de lock zit nu aan de uitstapkant.
  • Lever je aan btw-plichtige afnemers, dan is de KOR meestal nadelig: die afnemers trekken de btw toch af, en jij verliest je voorbelasting.
  • Bij overschrijding van € 20.000 kom je niet langer in aanmerking en moet je je direct afmelden; de levering waarmee je de grens passeert is al belast.
  • Uitgesloten: nieuwe vervoermiddelen naar een andere lidstaat, en onroerende zaken die je in je bedrijf hebt gebruikt.

De KOR zonder aanmelding

Gaat automatischWeinig bekend

In het kort

Verkoop je heel af en toe iets, voor minder dan € 2.200 per jaar, dan hoef je geen btw te rekenen en je niet aan te melden. Dat gaat vanzelf.

Wat het is

Blijf je onder een zeer lage omzetgrens en heb je je nergens als btw-ondernemer gemeld, dan geldt de vrijstelling automatisch. Je hoeft je niet eens aan te melden en bent van vrijwel alle administratieve verplichtingen ontheven.

Voor wie

Zeer kleine ondernemers — hobbymatige verkoop, een enkele bijklus, kleine zonnepaneelhouders — die zich niet bij de inspecteur of de KvK hebben gemeld en daartoe ook niet verplicht zijn, en die de EU-vrijstelling niet in andere lidstaten toepassen.

Bedragen en cijfers 2026

  • Omzetgrens: € 2.200.
  • Waarde: geen btw-administratie, geen aangiften, geen facturatie-eisen — praktisch enkele honderden euro’s aan administratielast per jaar, plus de btw over de omzet.

Strategie en stappen

  • Deze regeling bestaat pas sinds 2025 en staat zelfs op de KOR-pagina’s van de Belastingdienst nauwelijks uitgelegd. Voor zonnepaneelhouders en bijklussers is zij direct relevant.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • De ontheffing van administratieve verplichtingen geldt niet voor prestaties waarbij de btw naar jou is verlegd, of bij bepaalde intracommunautaire verwervingen.
  • Bouw je toch een echt bedrijf op, dan moet je je alsnog melden.

Herziening van btw op investeringsgoederen — en de drempel die toetreding redt

Via je administratie of aangifte omzetbelastingMatig bekend

In het kort

Heb je btw teruggevraagd op een grote aankoop en ga je die anders gebruiken, dan betaal je in de jaren erna een deel terug. Bij kleine bedragen hoeft dat niet.

Wat het is

Btw die je terugvroeg op een grote aanschaf moet je in de jaren erna deels terugbetalen als je dat goed anders gaat gebruiken. Maar bij kleine bedragen hoeft dat niet.

Voor wie

Alle btw-ondernemers met investeringsgoederen — en in het bijzonder iedereen die de KOR overweegt.

Bedragen en cijfers 2026

  • Onroerende zaken: herziening in elk van de negen boekjaren ná het jaar van ingebruikname, telkens 1/10 van de voorbelasting.
  • Roerende zaken waarop wordt afgeschreven en investeringsdiensten vanaf € 30.000: herziening in elk van de vier boekjaren ná ingebruikname, telkens 1/5.
  • Geen herziening als de aftrek voor dat boekjaar niet meer dan 10% afwijkt van wat je hebt afgetrokken.
  • Specifiek bij toetreding tot of uittreding uit de KOR: herziening blijft in ieder geval achterwege als het herzieningsbedrag in dat boekjaar minder dan € 500 is.

Strategie en stappen

  • Reken dit uit vóór je je voor de KOR aanmeldt, niet erna. Wie de KOR overweegt en de afgelopen jaren een auto of machine heeft gekocht, kan met de € 500-drempel per boekjaar vaak aantonen dat er niets terugbetaald hoeft te worden. Die drempel is weinig bekend en scheelt in de praktijk het verschil tussen wel en niet kunnen instappen.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Bij levering van het goed binnen de herzieningstermijn wordt in één keer herzien over de resterende jaren.

Teruggaaf van btw bij oninbare vorderingen

Via je administratie of aangifte omzetbelastingMatig bekend

In het kort

Betaalt een klant niet, dan krijg je de btw die je al afdroeg terug. Dat verreken je na een jaar in je gewone btw-aangifte.

Wat het is

Betaalt een klant niet, dan hoef je de btw die je al hebt afgedragen niet zelf te blijven dragen. Na een jaar krijg je hem terug — automatisch, in je gewone aangifte.

Voor wie

Alle btw-ondernemers.

Bedragen en cijfers 2026

  • 21% (of 9%) van elke oninbare factuur. Bij € 30.000 aan jaarlijkse wanbetaling: € 5.207 aan teruggevraagde btw.

Strategie en stappen

  • Het recht op teruggaaf ontstaat uiterlijk één jaar na het moment waarop de vergoeding opeisbaar werd. Je hoeft dus niet te wachten op een faillissement.
  • Je verwerkt de teruggaaf in de reguliere aangifte over het tijdvak waarin het recht ontstaat — geen apart verzoek nodig. Dat dit automatisch en in de gewone aangifte gaat, is weinig bekend; veel ondernemers laten dit geld liggen.
  • Zet dit als terugkerende taak in je administratie, anders moet het via een suppletie.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Wordt er later alsnog betaald, dan word je de btw over dat bedrag weer verschuldigd.
  • Spiegelbeeldig: heb jij een factuur niet betaald, dan moet je de afgetrokken voorbelasting na een jaar naar evenredigheid weer aangeven.
  • Bij overdracht van de vordering (factoring) treedt de overnemer in de plaats en krijgt hij de teruggaaf op verzoek.

Aangiftetijdvak btw en het liquiditeitseffect

Aparte aanvraagMatig bekend

In het kort

Je kunt vaak kiezen of je per maand, per kwartaal of per jaar btw-aangifte doet. Dat bepaalt hoe lang je het geld zelf houdt, of hoe snel je btw terugkrijgt.

Wat het is

Je kunt vaak zelf kiezen of je per maand, per kwartaal of per jaar btw-aangifte doet. Die keuze bepaalt hoe lang je het geld van de klant in je eigen kas houdt — of hoe snel je je voorbelasting terugkrijgt.

Voor wie

Alle btw-ondernemers.

Bedragen en cijfers 2026

  • Kwartaal in plaats van maand als je btw afdraagt: je houdt het geld gemiddeld ongeveer 45 dagen langer. Bij € 120.000 af te dragen btw per jaar en 5% financieringskosten: ongeveer € 740 per jaar.
  • Maand in plaats van kwartaal als je structureel btw terugkrijgt (exporteurs, starters met grote investeringen, 0%-tariefondernemers): je krijgt het geld gemiddeld ongeveer 45 dagen eerder.
  • Jaaraangifte is mogelijk als je per jaar minder dan € 1.883 btw betaalt én je een natuurlijk persoon bent of een samenwerkingsverband van uitsluitend natuurlijke personen.

Strategie en stappen

  • Dat je actief om maandaangifte kunt vrágen als je structureel teruggaaf hebt, is weinig bekend en direct liquiditeitswinst.
  • Je verzoekt schriftelijk om wijziging; je krijgt binnen zes weken antwoord en de wijziging gaat in bij de start van een nieuw tijdvak.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Bij jaaraangifte kan de Belastingdienst zekerheidstelling verlangen. Nadelen: één grote betaling ineens, en je merkt fouten pas laat.

Kasstelsel: btw pas afdragen als je bent betaald

Via je administratie of aangifte omzetbelastingWeinig bekend

In het kort

Sommige ondernemers, zoals winkels, horeca en kappers, dragen de btw pas af als de klant echt heeft betaald. Zo hoeven ze de btw niet voor te schieten.

Wat het is

Sommige ondernemers hoeven de btw pas af te dragen op het moment dat de klant écht betaalt, in plaats van op het moment van factureren.

Voor wie

Bij ministeriële regeling aangewezen ondernemers die “niet aan ondernemers plegen te leveren” — in de praktijk vooral detailhandel, horeca, kappers, schoonheidsverzorging en taxibedrijven.

Voorbehoud

De actuele lijst van aangewezen branches voor 2026 is in het onderzoek niet geverifieerd. De genoemde sectoren zijn de traditionele categorieën, niet een gecontroleerde 2026-lijst.

Bedragen en cijfers 2026

  • Puur liquiditeit, maar structureel: je financiert de btw van de fiscus niet meer voor. Bij € 200.000 omzet met 21% btw en 30 dagen gemiddelde betaaltermijn: ongeveer € 3.450 aan permanent werkkapitaal.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Je moet tot een aangewezen categorie behoren; het is geen vrije keuze.
  • Bij overgang naar of van het kasstelsel moet je opletten dat er geen omzet tussen wal en schip valt.

Margeregeling voor handelaren in gebruikte goederen

Via je administratie of aangifte omzetbelastingAlgemeen bekend

In het kort

Verkoop je tweedehands spullen die je van particulieren kocht, dan betaal je alleen btw over je winst op de verkoop, niet over de hele verkoopprijs.

Wat het is

Verkoop je tweedehands spullen die je van particulieren hebt gekocht, dan betaal je alleen btw over je winstmarge, niet over de hele verkoopprijs.

Voor wie

Wederverkopers van gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, verzamelobjecten en antiquiteiten.

Bedragen en cijfers 2026

  • Doorgerekend: inkoop € 1.000 bij een particulier, verkoop € 1.500. Normaal: 21% over € 1.500 = € 315. Met marge: 21/121 × € 500 = € 86,78. Verschil: € 228 per transactie.

Strategie en stappen

  • Keuzemogelijkheid per levering: per transactie mag je alsnog de normale regeling toepassen, met aftrek van de eerder niet-afgetrokken btw. Bij verkoop aan een btw-plichtige afnemer is dat vaak beter, want die kan dan aftrekken. Deze keuze is weinig bekend.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • De regeling geldt alleen als het goed aan je is geleverd door een niet-ondernemer, een vrijgestelde ondernemer, een KOR-ondernemer die een afgeschreven bedrijfsmiddel verkoopt (een detail dat sinds de nieuwe KOR expliciet in de wet staat), een andere margehandelaar, of een EU-wederverkoper.
  • Je moet een inkoopverklaring en een margeadministratie voeren, en je mag geen btw op de factuur vermelden.

Verleggingsregeling

Via je administratie of aangifte omzetbelastingAlgemeen bekend

In het kort

Soms rekent je leverancier geen btw, maar geef je die als afnemer zelf aan en trek je hem meteen weer af. Per saldo betaal je niets, en je hoeft de btw niet voor te schieten.

Wat het is

In bepaalde gevallen brengt de leverancier geen btw in rekening maar geeft de afnemer die zelf aan — en trekt hem in dezelfde aangifte weer af. Per saldo betaal je niets, maar je hoeft de btw ook niet voor te financieren.

Voor wie

Onder meer afnemers van buitenlandse ondernemers, en binnenlands bij onderaanneming in de bouw, schoonmaak van bouwwerken, levering van mobiele telefoons, laptops en spelcomputers vanaf bepaalde bedragen, en levering van onroerende zaken met optie belaste levering.

Bedragen en cijfers 2026

  • Puur liquiditeit voor de afnemer, en voor de onderaannemer het wegvallen van een voorfinancieringsrisico. Bij een onderaannemer met € 500.000 omzet scheelt het jaarlijks ongeveer € 105.000 aan btw die niet meer heen en weer stroomt.

Strategie en stappen

  • De factuur moet “btw verlegd” en het btw-identificatienummer van de afnemer vermelden.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Verleggen is geen keuze: het is verplicht als de voorwaarden gelden.
  • Ten onrechte btw in rekening brengen bij een verlegde prestatie is dubbel straf: de afnemer mag die btw niet aftrekken, en jij bent hem tóch verschuldigd.

EU-KOR: vrijgesteld in andere lidstaten

Aparte aanvraagWeinig bekend

In het kort

Je kunt de kleineondernemersregeling ook in andere EU-landen gebruiken, als je totale omzet in de EU laag blijft. Je hoeft je daar dan niet voor de btw te laten registreren.

Wat het is

Sinds 2025 kun je de kleineondernemersvrijstelling ook in andere EU-landen toepassen, zodat je je daar niet hoeft te registreren.

Voor wie

In Nederland gevestigde ondernemers met een jaaromzet in de hele Unie onder de grens, die bovendien onder de nationale drempel van elk betrokken land blijven.

Voorbehoud

De nationale KOR-drempels van andere EU-lidstaten zijn in het onderzoek niet geïnventariseerd — dat vergt per land een eigen officiële bron. Houd die drempels apart in de gaten.

Bedragen en cijfers 2026

  • Jaaromzet in de hele Unie: niet meer dan € 100.000.
  • Waarde: het wegvallen van buitenlandse btw-registraties en -aangiften — per land al gauw enkele honderden tot duizenden euro’s aan compliancekosten per jaar.

Strategie en stappen

  • Je hebt een voorafgaande kennisgeving aan de inspecteur nodig en een individueel nummer met het achtervoegsel «EX». De vrijstelling geldt pas vanaf de datum waarop dat nummer wordt meegedeeld.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Je moet per kalenderkwartaal, binnen één maand, je omzet in Nederland en in de andere lidstaten opgeven.
  • Overschrijd je de € 100.000, dan moet je dat binnen 15 werkdagen melden en wordt je EX-nummer gedeactiveerd.
  • Elk land hanteert zijn eigen nationale drempel — die moet je apart in de gaten houden.

Eenloketsysteem (One Stop Shop)

Aparte aanvraagMatig bekend

In het kort

Verkoop je online aan particulieren in andere EU-landen, dan geef je de buitenlandse btw op via één Nederlandse aangifte. Je hoeft je dan niet in elk land te registreren.

Wat het is

Verkoop je online aan particulieren in andere EU-landen, dan hoef je je niet in elk land te registreren: je geeft alle buitenlandse btw op via één Nederlandse melding.

Voor wie

Ondernemers met afstandsverkopen en digitale diensten aan particulieren in andere EU-landen.

Bedragen en cijfers 2026

  • Onder de € 10.000-drempel — totaal aan afstandsverkopen en digitale diensten naar alle EU-landen samen — mag je gewoon Nederlandse btw blijven rekenen.
  • Daarboven is buitenlandse btw verplicht, met of zonder het eenloketsysteem.

Strategie en stappen

  • Het voordeel is compliancekosten: zonder OSS is registratie in elk afzonderlijk land nodig; met OSS volstaat één kwartaalmelding via Mijn Belastingdienst Zakelijk.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Je moet elk kwartaal melden, ook als er geen omzet was.
  • De € 10.000-drempel wordt vaak over het hoofd gezien door kleine dienstverleners met één buitenlandse particuliere klant.

Btw-vrijstellingen per branche

Via je administratie of aangifte omzetbelastingAlgemeen bekend

In het kort

Sommige branches, zoals zorg, onderwijs en sport, rekenen geen btw. Ze mogen dan ook geen btw terugvragen op hun inkopen.

Wat het is

Een aantal branches werkt volledig buiten de btw om: zorg, onderwijs, sport, jeugdwerk, uitvaart, verzekeringen, financiële diensten en verhuur van onroerend goed.

Voor wie

Ondernemers in die sectoren.

Bedragen en cijfers 2026

  • Tarieven: 21% standaard, 9% voor tabel I, 0% voor tabel II.
  • Geen btw op je diensten, maar ook geen aftrek van voorbelasting. Voor wie vooral aan particulieren levert en weinig inkoopt is dat gunstig; voor wie veel investeert is het een last.

Strategie en stappen

  • Bij verhuur van onroerend goed bestaat een optie belaste verhuur die de aftrek van voorbelasting opent. Dat kan bij een nieuw pand honderdduizenden euro’s schelen.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • De vrijstelling is niet optioneel: voldoe je aan de omschrijving, dan geldt hij.
  • Grensgevallen — welke zorgverlener valt eronder, wanneer is een cursus “onderwijs” — zijn een bekend geschilpunt.
  • Een vrijgestelde prestatie kan meetellen voor de KOR-omzetgrens. Vrijgestelde omzet uit onroerend goed, financiële diensten en verzekeringen telt gewoon mee voor de € 20.000. Dat verrast mensen.

Overdracht, staking en beëindiging 4

Doorschuifregelingen bij overlijden en overdracht aan medeondernemers

Via je aangifteMatig bekend

In het kort

Draag je je bedrijf over aan iemand die er al meewerkt, of erft iemand je bedrijf, dan hoeft er nog niet te worden afgerekend over de waarde. De belasting schuift door naar de opvolger.

Wat het is

Draag je je bedrijf over aan iemand die er al in meewerkt, of erft iemand je bedrijf, dan hoeft er niet meteen te worden afgerekend over de opgebouwde meerwaarde.

Voor wie

Erfgenamen die de onderneming voortzetten; overnemers die de onderneming in de 36 maanden vóór de overdracht als ondernemer of werknemer in die onderneming hebben meegewerkt; ondernemers die doorschuiven naar een andere eigen onderneming; en bij ontbinding van een huwelijksgemeenschap.

Bedragen en cijfers 2026

  • De hele stakingswinst blijft onbelast tot de opvolger stopt. Bij € 400.000 aan stille reserves en goodwill: ongeveer € 173.000 aan uitgestelde IB-heffing.
  • Medeondernemerseis bij overdracht: de overnemer moet 36 maanden vóór de overdracht als ondernemer of werknemer in die onderneming hebben meegewerkt.

Strategie en stappen

  • Weinig bekend: doorschuiven naar een ándere eigen onderneming binnen twaalf maanden. Dat redt ondernemers die stoppen en elders opnieuw beginnen.
  • Er is altijd een keuze: doorschuiven of afrekenen. Bij een lage stakingswinst en beschikbare ondernemersaftrek kan afrekenen goedkoper zijn dan de latente claim doorgeven.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • De opvolger neemt de boekwaarden over en dus ook de latente claim — reken dat door in de koopprijs.
  • Bij doorschuiving vervalt de mogelijkheid om een stakingslijfrente te benutten, want er ís geen stakingswinst.
  • De stakingsaftrek geldt bij een doorgeschoven onderneming pas als je die drie jaar zelf hebt gedreven.

Stakingslijfrente: stakingswinst omzetten in een lijfrente

Via je aangifteMatig bekend

In het kort

Stop je met je bedrijf, dan mag je de winst bij het stoppen in een lijfrente storten. Je betaalt dan nu geen belasting, maar pas later over de uitkeringen.

Wat het is

Stop je met je bedrijf, dan mag je de winst die je daarbij maakt in een lijfrente storten. Je betaalt dan nu geen belasting; die komt pas als de uitkeringen lopen, vaak in een lager tarief.

Voor wie

Ondernemers die in 2026 een onderneming of een gedeelte daarvan staken.

SituatieMaximum
Ondernemer is ten hoogste 5 jaar jonger dan de AOW-leeftijd; óf is 45% of meer arbeidsongeschikt en de termijnen gaan binnen zes maanden in; óf de onderneming wordt gestaakt door overlijden€ 574.867
Ondernemer is ten hoogste 15 jaar jonger dan de AOW-leeftijd; óf de lijfrentetermijnen gaan dadelijk in€ 287.445
Overige gevallen€ 143.732

Bedragen en cijfers 2026

  • Bij een stakingswinst van € 300.000 en het middelste maximum: € 287.445 aan aftrek, waarmee ongeveer 44,7% aan directe heffing wordt uitgesteld — ongeveer € 128.000.

Strategie en stappen

  • De premie moet worden betaald of verrekend binnen zes maanden na afloop van het jaar.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Het maximum wordt verminderd met reeds opgebouwde oudedagsvoorzieningen — inclusief een oude oudedagsreserve en eerder benutte omzettingen. Reken dat vooraf uit; deze vermindering wordt vaak vergeten en levert onaangename naheffingen op.
  • Afkoop van de lijfrente leidt tot negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen plus revisierente.
  • Let op de leeftijdsgrenzen: de Belastingdienst-samenvatting vertaalt “vijf jaar jonger dan de AOW-leeftijd” naar een concreet aantal jaren, maar de wet koppelt aan de op het moment van staken geldende AOW-leeftijd. Reken met de wettelijke formulering.

Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) — de ondernemingskant

Via je aangifteAlgemeen bekend

In het kort

Krijg of erf je een bedrijf en zet je het voort, dan betaal je over het grootste deel van de waarde geen schenk- of erfbelasting.

Wat het is

Krijg je een bedrijf geschonken of erf je het, dan hoef je over het grootste deel van de waarde geen schenk- of erfbelasting te betalen — mits je het bedrijf voortzet.

Voor wie

Verkrijgers van ondernemingsvermogen: een IB-onderneming, een medegerechtigdheid, of aanmerkelijkbelangaandelen in een BV die een onderneming drijft, plus onroerende zaken die aan die BV ter beschikking worden gesteld.

Voorbehoud

Bij enkele BOR-artikelen staat de annotatie “Wijziging(en) zonder datum inwerkingtreding aanwezig”. Het onderzoek heeft niet kunnen vaststellen welke aangenomen wijzigingen nog wachten op een inwerkingtredingsbesluit. Voor een concrete bedrijfsoverdracht moet dit per artikel worden nagelopen in het Staatsblad.

Bedragen en cijfers 2026

  • 100% vrijstelling voor zover de totale waarde van het ondernemingsvermogen van de objectieve onderneming € 1.543.500 niet te boven gaat; 75% over het meerdere.
  • Plus 100% van het verschil tussen een hogere liquidatiewaarde en de lagere going concern-waarde.
  • Voor de resterende, niet-vrijgestelde waarde geldt een conserverende aanslag met tien jaar uitstel van betaling.
  • Doorgerekend: bij een onderneming van € 3.000.000 die van ouder op kind gaat, is € 1.543.500 volledig vrijgesteld en van de resterende € 1.456.500 nog 75% (€ 1.092.375), zodat over € 364.125 wordt geheven in plaats van over € 3.000.000. Bij een tarief van 20% scheelt dat in de orde van € 500.000.

Strategie en stappen

  • BOR en de doorschuifregeling box 2 zijn twee aparte verzoeken — je moet ze allebei doen, en ze kennen verschillende eisen. Dat het twee losse verzoeken zijn is weinig bekend en gaat in de praktijk mis.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Bezitstermijn: de erflater moet één jaar, de schenker vijf jaar ondernemer of aanmerkelijkbelanghouder zijn geweest. Het belang mag in die periode niet zijn toegenomen — dat blokkeert het last-minute inbrengen van beleggingsvermogen.
  • Verlenging bij ouderen (geldt in 2026): de termijn van één jaar bij overlijden wordt verlengd met zes maanden per jaar dat de erflater meer dan twee jaar ouder is dan de AOW-leeftijd; de termijn van vijf jaar bij schenking wordt verlengd met zes maanden per jaar dat de schenker meer dan zes jaar ouder is dan de AOW-leeftijd. Wie op zijn 78e nog een BV koopt en die wil schenken, komt dus niet weg met vijf jaar. Deze verlenging is weinig bekend en is een nieuwe val voor uitgestelde bedrijfsoverdrachten.
  • Voortzettingseis: drie jaren. Wordt daar op enig moment binnen die drie jaar niet meer aan voldaan, dan vervalt de vrijstelling in zoverre.
  • Minimumleeftijd verkrijger bij schenking: 21 jaar.
  • Preferente aandelen kwalificeren alleen onder strikte voorwaarden: ze moeten zijn ontstaan uit een omzetting van gewone aandelen, gepaard met toekenning van gewone aandelen aan een ander, en de verkrijger moet al voor ten minste 5% gewone aandeelhouder zijn.
  • Antimisbruik: de wet kent bepalingen tegen zogenoemde rollator-investeringen en dubbel-BOR na verkoop en terugkoop. De grens is scherp: reëel ondernemerschap wél, het ombouwen van beleggingsvermogen tot ondernemingsvermogen vlak vóór een overdracht niet.

Doorschuifregeling box 2 bij vererving en schenking van aandelen

Via je aangifteMatig bekend

In het kort

Erf of krijg je aandelen in een BV met een bedrijf erin, dan hoeft de box 2-belasting nog niet te worden betaald. Die schuift door naar later.

Wat het is

De tegenhanger van de bedrijfsopvolgingsregeling in de inkomstenbelasting: bij vererving of schenking van aanmerkelijkbelangaandelen hoeft de box 2-claim niet te worden afgerekend.

Voor wie

Erfgenamen en begiftigden van aandelen in een BV die een onderneming drijft.

Bedragen en cijfers 2026

  • De box 2-heffing over het verschil tussen waarde en verkrijgingsprijs wordt doorgeschoven. Bij € 1.000.000 aan meerwaarde: ongeveer € 305.000 aan uitgestelde box 2-heffing.

Strategie en stappen

  • De bedrijfsopvolgingsregeling en deze doorschuifregeling zijn twee aparte verzoeken. Je moet ze allebei doen, en ze kennen verschillende eisen. Dat dit twee losse verzoeken zijn, is weinig bekend en gaat in de praktijk mis.

Voorwaarden, risico’s en antimisbruik

  • Alleen voor het deel van de overdrachtsprijs dat toerekenbaar is aan het ondernemingsvermogen van de vennootschap — beleggingsvermogen valt erbuiten en wordt gewoon belast.
  • De verkrijger moet binnenlands belastingplichtig zijn en de aandelen mogen bij hem geen ondernemingsvermogen of werkzaamheidsvermogen worden.
  • Bij overgang onder bijzondere titel moet dat binnen twee jaar na het overlijden gebeuren.
  • De verkrijger neemt de verkrijgingsprijs over.

En wat betekent dit voor jou?

Dit zijn de regelingen die bij ondernemers aan de orde kunnen zijn. Welke van deze op jóu van toepassing zijn — en wat ze in jouw situatie doen — rekent de tool uit.

Reken het uit Vijf tot tien minuten · gratis · niets gaat naar een server