Waar kost één euro te veel je de hele toeslag?
Dit is de meest actiegerichte informatie op deze site, en zij ontbreekt op vrijwel alle bestaande voorlichtingssites. Bij een drempel kost één euro te veel je niet een beetje, maar alles — over het hele jaar. Bij een knikpunt verandert het rendement van elke volgende euro abrupt.
Een grens hoort altijd bij een regeling. Zoek de regeling en je vindt de grens met de wettekst erbij.
Alle bedragen gelden voor belastingjaar 2026 (aangifte in 2027) en zijn overgenomen uit de onderzoeksrapporten, die elk bedrag hebben herleid tot de wettekst per 1 januari 2026 of tot een andere officiële bron, zoals een cijferbijlage, een brochure of een beleidsbesluit. Ze zijn geen toezegging: controleer je eigen situatie altijd bij de bron.
De harde vermogensgrenzen voor toeslagen
Dit zijn alles-of-niets-grenzen, gemeten op 1 januari. Eén euro te veel betekent dat je de hele toeslag over het hele jaar kwijt bent. Dit is de scherpste rand in het hele stelsel.
Bedragen, grenzen en wat je ermee doet
| Toeslag | Grens alleen | Grens met partner | Wat je verliest bij overschrijding |
|---|---|---|---|
| Huurtoeslag | € 38.479 | € 76.958 | de volledige huurtoeslag — vaak € 2.000 – € 4.500 per jaar |
| Huurtoeslag: per medebewoner | € 38.479 | — | de volledige huurtoeslag van het hele huishouden |
| Zorgtoeslag | € 146.011 | € 184.633 | de volledige zorgtoeslag — tot € 2.963 per jaar |
| Kindgebonden budget | € 146.011 | € 184.633 | het volledige kindgebonden budget — tot € 10.000 en meer |
| Kinderopvangtoeslag | geen vermogenstoets | geen vermogenstoets | niets — er is hier geen grens |
Wat je hiermee doet
- De toets gaat over de rendementsgrondslag op 1 januari: bezittingen minus schulden, ná de schuldendrempel van € 3.800/€ 7.600.
- Het heffingvrij vermogen van € 59.357 speelt hier géén rol — dat geldt alleen in box 3 zelf.
- Wat de toets wél verlaagt: de vrijstellingen voor bos, natuur en NSW, kunst, geërfde inboedel, contant geld (€ 672 / € 1.344), uitvaart- en overlijdensrisicoverzekeringen (€ 8.904 per verzekerde) en oude kapitaalverzekeringen (€ 123.428 / € 246.856), plus nettolijfrente en nettopensioen. Een stel met twee uitvaartpolissen en een oude polis houdt zo tot ruim € 264.000 buiten de toets. Dit is vrijwel onbekend.
- Alleen de groenvrijstelling wordt uitdrukkelijk teruggenomen. Groen beleggen redt je toeslag dus niet.
- Wat je in december legaal en definitief uitgeeft, aflost of wegschenkt, telt op 1 januari niet meer mee — voor box 3 én voor deze toets. Wat je níét moet doen: beleggingen tijdelijk naar spaargeld omzetten om ze in januari terug te kopen.
De inkomensgrenzen in box 1
Bij deze grenzen verandert het rendement van elke volgende euro. Sommige zijn zachte knikpunten, andere zijn harde randen waar een euro te veel een heel bedrag kost.
Bedragen, grenzen en wat je ermee doet
| Grens | Wat er gebeurt |
|---|---|
| € 6.239 arbeidsinkomen | Onder deze grens géén IACK. Eén euro erboven start 11,45% opbouw. |
| € 11.965 arbeidsinkomen | Overgang van 8,324% naar 31,009% opbouw arbeidskorting — het meest lonende inkomenstraject van het hele stelsel. |
| € 25.845 arbeidsinkomen | Opbouw arbeidskorting valt terug van 31,009% naar 1,950%. |
| € 29.736 verzamelinkomen | Start afbouw algemene heffingskorting met 6,398%. Ook: bovengrens voor het maximale kindgebonden budget voor een alleenstaande ouder. |
| € 32.719 arbeidsinkomen | IACK bereikt het maximum van € 3.032; daarboven levert extra arbeidsinkomen geen extra IACK op. |
| € 38.883 belastbaar inkomen | Tariefsprong 35,75% → 37,56%. |
| € 39.141 toetsingsinkomen | Bovengrens maximaal kindgebonden budget voor een ouder met toeslagpartner; daarboven afbouw met 7,60%. |
| € 39.701 / € 51.411 drempelinkomen | Knikpunten in de zorgkostendrempels (gezinshulp respectievelijk de algemene drempel). |
| € 40.857 / € 51.142 toetsingsinkomen | Maximaal inkomen voor zorgtoeslag (alleenstaand / met toeslagpartner). Eén euro erboven: € 1.550 respectievelijk € 2.963 volledig weg. |
| € 41.123 drempelinkomen | Bovengrens voor de verhoging specifieke zorgkosten met 40% of 113%. Zeer scherpe rand. |
| € 45.592 arbeidsinkomen | Top arbeidskorting (€ 5.685); daarboven afbouw met 6,510%. |
| € 46.002 verzamelinkomen | Start afbouw ouderenkorting met 15%, tot nihil bij € 59.782. |
| € 78.426 | Drie dingen tegelijk: algemene heffingskorting nul; tariefsprong 37,56% → 49,50%; start tariefsaanpassing aftrekposten (11,94%). |
| € 79.409 | Maximumpremieloon en maximumbijdrageloon werknemersverzekeringen en Zvw. Daarboven geen premie meer — de effectieve marginale druk daalt hier tijdelijk. |
| € 132.920 arbeidsinkomen | Arbeidskorting nul. |
De zones waar de marginale druk explodeert
In deze trajecten kost een euro extra inkomen het meest — en levert een euro minder loon dus het meest op. Een aftrekpost is iets anders dan minder loon: een lijfrentepremie of een gift verlaagt je arbeidsinkomen niet, dus de afbouw van de arbeidskorting loopt daar niet mee. Daarom staan ze hieronder apart. Het gaat om de inkomstenbelasting met de afbouw van de heffingskortingen; toeslagen staan in de laatste rij.
Bedragen, grenzen en wat je ermee doet
| Traject | Wat er gebeurt | Een euro aftrek | Een euro minder loon (uitruil) |
|---|---|---|---|
| € 29.736 – € 38.883 | Algemene heffingskorting bouwt af met 6,398% bovenop 35,75%; de arbeidskorting bouwt nog op met 1,95%. | ± 42,1% voor een lijfrentepremie en een gift | ± 40,2% — de opbouw van de arbeidskorting remt |
| € 38.883 – € 45.592 | Tarief 37,56%, de algemene heffingskorting bouwt af met 6,398%, de arbeidskorting bouwt nog op met 1,95%. | ± 44,0% — méér dan een gift in de hoogste schijf na tariefsaanpassing | ± 42,0% |
| € 45.592 – € 78.426 | Algemene heffingskorting (6,398%) én arbeidskorting (6,51%) bouwen tegelijk af bovenop 37,56%. | ± 44,0% — de afbouw van de arbeidskorting loopt bij een aftrekpost niet mee | ± 50,5% — de duurste zone van het stelsel voor loon, en dus de meest lonende voor uitruil |
| € 78.426 – € 132.920 | Tarief 49,5% en de arbeidskorting bouwt nog af. De tariefsaanpassing (11,94%) remt de meeste aftrekposten, maar niet de lijfrentepremie. | ± 49,5% voor een lijfrentepremie, ± 37,6% voor een gift | ± 56,0% |
| boven € 132.920 | Alleen nog het toptarief van 49,5%; de heffingskortingen zijn op. | ± 49,5% voor een lijfrentepremie, ± 37,6% voor een gift | ± 49,5% |
| € 46.002 – € 59.782 (AOW-gerechtigd) | Ouderenkorting bouwt af met 15%, plus algemene heffingskorting 3,195%, bovenop 37,56%. | ± 55,8% — hoger dan het toptarief | ± 55,8% voor minder pensioen, en daarbovenop de bijdrage Zvw die je over pensioen zelf betaalt |
| Toeslagen gestapeld | Huurtoeslag 27% + zorgtoeslag 13,73% + kindgebonden budget 7,60% + algemene heffingskorting 6,398%. | 54,7 procentpunt bovenop het belastingtarief; effectief marginaal voordeel van aftrek meer dan 80% | hetzelfde toeslageffect, bovenop de belasting |
Wat je hiermee doet
- Een alleenstaande huurder met kinderen kan tegelijk in de afbouw van drie toeslagen zitten: elke euro aftrek levert dan 48,33 cent aan extra toeslag op, bovenop het belastingvoordeel (35,75% onder € 29.736, daarboven ± 42,1% tot ± 44,0%).
- Voor een IB-ondernemer met € 60.000 winst kost een euro winst ongeveer 49,1% aan inkomstenbelasting en bijdrage Zvw. Winst uit dit traject wegschuiven — met een investering, een herinvesteringsreserve of een kostenegalisatiereserve — is per euro dus ongeveer zoveel waard. Een lijfrentepremie levert daar ongeveer 44,0% op: zij verlaagt de winst niet, dus de arbeidskorting loopt niet mee — en de rekentool neemt aan dat de bijdrage Zvw evenmin meeloopt (zie het voorbehoud bij kaart p-26).
Alles-of-niets-drempels: één euro of één uur
Bij deze drempels is er geen glijdende schaal. Net eronder krijg je niets, net erboven krijg je alles — of andersom.
Bedragen, grenzen en wat je ermee doet
| Drempel | Bedrag of grens 2026 | Effect van net eronder versus net erboven |
|---|---|---|
| Urencriterium ondernemers | 1.225 uur | onder: geen zelfstandigenaftrek (€ 1.200), geen startersaftrek (€ 2.123), geen S&O-aftrek (€ 15.979), geen meewerkaftrek. Verschil kan € 19.302 aan aftrek zijn — ongeveer € 7.250 belasting — door één uur. |
| Verlaagd urencriterium bij arbeidsongeschiktheid | 800 uur | onder is nul, boven is € 12.000 in het eerste jaar |
| S&O-uren | 500 uur | onder: geen S&O-aftrek. Boven: € 15.979 (starters € 23.975). Verschil ongeveer € 6.000 belasting door één uur. |
| Arbeidsbeloning meewerkende partner | € 5.000 | onder: nul aftrek. Vanaf € 5.000: volledig aftrekbaar. Betaal nooit € 4.900. |
| Gebruikelijk loon dga | € 5.000 | blijft het vast te stellen loon daaronder, dan is de gebruikelijkloonregeling in het geheel niet van toepassing |
| KIA-ondergrens | € 2.900 / € 2.901 | € 2.900 investering: nul KIA. € 2.901: 28% = € 812 aftrek. |
| KIA-bovengrens | € 398.236 | daarboven nul KIA; investeringen spreiden over twee boekjaren houdt de aftrek in leven |
| Kamerverhuurvrijstelling | € 6.633 huur per jaar | bij € 6.634 is de volledige opbrengst belast én verhuist de kamer naar box 3 |
| Startersvrijstelling overdrachtsbelasting | woningwaarde € 555.000 | bij € 555.001 vervalt de hele vrijstelling: € 11.100 verschil |
| Leeftijd 35 bij de startersvrijstelling | de verjaardag | tot € 11.100 |
| Leeftijd 40 bij de eenmalig verhoogde schenkvrijstelling | de verjaardag | de hele eenmalige vrijstelling |
| Leeftijd 12 van het kind bij de IACK | leeftijd op 1 januari | tot € 3.032 per jaar |
| Co-ouderschap bij de IACK | 156 dagen per huishouden | tot € 3.032 |
| Zes maanden partnerschap (art. 8.9) | zes maanden | tot € 3.115 |
| Geboortejaar bij art. 8.9 | vóór 1-1-1963 | tot € 3.115, definitief |
| Afkoopgrens kleine lijfrenten | € 5.513 | één euro erboven kost 20% revisierente over het geheel |
| RVU: maanden vóór AOW | 36 maanden | één maand te vroeg stoppen maakt de héle uitkering over die extra maand belast tegen 57,7% |
| Excessief lenen bij de eigen BV | € 500.000 op 31 december | elke euro daarboven is belast tegen ten minste 24,5% |
| KOR-omzetgrens | € 20.000 | overschrijding betekent directe afmelding; de levering waarmee je de grens passeert is al belast |
| KOR zonder aanmelding | € 2.200 | daaronder geen enkele btw-verplichting |
| EU-KOR | € 100.000 Unie-omzet | overschrijding melden binnen 15 werkdagen; EX-nummer wordt gedeactiveerd |
| OSS-drempel | € 10.000 | daaronder Nederlandse btw op EU-afstandsverkopen; daarboven verplicht buitenlandse btw |
| BOR-vrijstellingsgrens | € 1.543.500 | daaronder 100% vrijstelling, daarboven 75% |
| Vrijwilligersvergoeding: maandmaximum | € 220 per maand | overschrijding in één maand haalt je uit de regeling, ook bij een laag jaartotaal |
Timing: wat je vóór welke datum moet regelen
Bij deze regelingen is de datum de voorwaarde. Te laat betekent doorgaans definitief te laat, ook met een goed verhaal.
Bedragen, grenzen en wat je ermee doet
| Actie | Uiterste moment | Waarom |
|---|---|---|
| Schenking aan kinderen | december 2026 | verlaagt zowel je box 3-grondslag als je toeslagen-rendementsgrondslag op 1-1-2027 |
| Hypotheek (deels) aflossen of een grote aankoop doen die je toch doet | december | idem; let bij aflossen op de Hillen-afweging |
| Zorgkosten en giften concentreren | binnen één kalenderjaar | je betaalt de drempel dan maar één keer |
| Rente vooruitbetalen | tot maximaal zes maanden vooruit | wettelijke grens voor aftrek in het jaar van betaling |
| Aandelenopties: schriftelijk keuzerecht | uiterlijk op het moment van uitoefening | achteraf is niets meer te repareren |
| Expatregeling: keuze forfait of werkelijke kosten | bij het eerste loontijdvak van het jaar | de keuze geldt het hele jaar |
| Expatregeling: aanvraag | binnen 4 maanden na startdatum | anders geen terugwerkende kracht |
| Verklaring geen privégebruik auto | vroeg in het jaar | werkt pas vanaf het eerstvolgende loontijdvak; verstreken tijdvakken zijn niet te corrigeren |
| Machtiging lager percentage bijzondere beloningen | elk jaar opnieuw | de machtiging geldt alleen voor het jaar dat erin staat |
| Melding EIA, MIA en Vamil | binnen 3 maanden na het aangaan van de verplichting | vervaltermijn — te laat melden is definitief geen aftrek |
| WBSO-realisatie melden | uiterlijk 31 maart na afloop van het jaar | vergeten leidt tot correctie en boete |
| Stakingslijfrentepremie betalen | binnen 6 maanden na afloop van het jaar | wettelijke betaaltermijn |
| Geruisloze omzetting per 1 januari | intentieverklaring vóór eind derde kwartaal van het voorafgaande jaar | voorwaarde voor terugwerkende kracht |
| Excessief lenen: schuld verlagen | 31 december | dat is het enige peilmoment |
| Btw oninbaar terugvragen | één jaar na opeisbaarheid, in de reguliere aangifte | anders moet het via een suppletie |
| KOR-aanmelding | minimaal 4 weken vóór het begin van het tijdvak | wettelijke termijn |
| Lijfrente: eerste termijn | uiterlijk in het jaar waarin je AOW-leeftijd + 5 bereikt | anders geldt de aanspraak als afgekocht, met 20% revisierente |
| Middelingsverzoek | 36 maanden plus zes weken na de laatste definitieve aanslag | laatste tijdvak is 2022-2023-2024 |
| Aangifte erfbelasting | binnen 20 maanden na overlijden (vanaf 2026) | ruimte om de nieuwe WOZ-beschikking af te wachten |
| Eenmalig verhoogde schenking aan een kind | vóór de 40e verjaardag | harde leeftijdsgrens |
En wat kost een verhoging je dan?
Deze pagina somt de grenzen op die er zijn. De vraag die erachter zit is meestal een andere: ik krijg er bruto iets bij — wat houd ik daar netto van over? Daarvoor moeten de grenzen bij elkaar worden opgeteld, en dat hangt af van je eigen inkomen, je huur en je gezin.
Reken uit wat een loonsverhoging je netto oplevert → Je vult één bedrag in en ziet post voor post waar het verschil blijft, met de grenzen die in jouw situatie werkelijk bijten.
En wat betekent dit voor jou?
Of je in de buurt van een van deze grenzen zit, hangt af van je eigen cijfers. De rekentool laat zien waar je staat en waarschuwt als een grens in zicht komt.
Reken het uit Vijf tot tien minuten · gratis · niets gaat naar een server