De restschuldregeling loopt door tot 2032
Verkocht je tussen 29 oktober 2012 en 31 december 2017 je huis met verlies, dan is de rente over de restschuld nog steeds aftrekbaar.
De aftrek geldt vijftien jaar vanaf het moment van vervreemding, dus tot uiterlijk eind 2032. Omzetting in een nieuwe lening is toegestaan: de nieuwe lening geldt als voortzetting. Veel mensen met een oude restschuld weten niet dat dit nog loopt. Wat de aftrek per jaar oplevert, staat bij de regeling zelf.
art. 3.120a Wet IB 2001
· Vermogen, wonen en gezin
Een middelingsverzoek over 2022–2024 kan in 2026 nog Aflopend
De regeling is afgeschaft, maar een verzoek over een oud tijdvak kan nog steeds.
Het overgangsrecht houdt de oude tekst van toepassing op verzoeken over een middelingstijdvak waartoe 2022 of eerder behoort. Het laatste mogelijke tijdvak is dus 2022-2023-2024. Het verzoek moet binnen 36 maanden nadat de aanslagen onherroepelijk zijn geworden, plus zes weken bezwaartermijn. Voor de meeste mensen ligt die datum in 2027 of 2028 — maar wie zijn aanslag 2024 vroeg heeft gekregen, moet in 2026 handelen. Loont bij sterk wisselend inkomen: baanwissel, sabbatical, ontslagvergoeding, een WW-jaar, een gouden handdruk of een eerste vol pensioenjaar.
art. 10a.28 Wet IB 2001
· Pensioen en levensloop
De inkomensafhankelijke combinatiekorting geldt in 2026 gewoon
Veel ouders denken dat de IACK per 2025 al is vervallen. Dat klopt niet.
De afschaffing is wél in de wet opgenomen (art. 10a.30 Wet IB 2001), maar die bepaling was op 1 januari 2026 nog niet in werking getreden. In 2026 geldt de IACK onverkort voor alle kinderen onder de twaalf. Er is bovendien géén geboortejaar-overgangsrecht: het onderzoek heeft art. 8.14a gecontroleerd in de toestandsversies 2026, 2027, 2028 en 2030 en nergens zo’n voorwaarde gevonden. Per 2027 daalt het maximum wel — de bedragen staan bij de regeling zelf.
art. 8.14a Wet IB 2001
· Werknemers en uitkeringsgerechtigden
Het heffingvrij vermogen in box 3 is niet verlaagd
De aangekondigde verlaging van het heffingvrij vermogen is niet doorgegaan.
Het heffingvrij vermogen is in 2026 gewoon het oude, hogere bedrag, en het forfait voor overige bezittingen is niet verhoogd. Er circuleert veel materiaal dat nog van de voorgestelde cijfers uitgaat. De geldende bedragen staan bij de regeling zelf.
art. 5.5 Wet IB 2001
· Vermogen, wonen en gezin
De vrijstelling voor groene beleggingen is er in 2026 nog volwaardig Aflopend
2026 is het laatste jaar met een volwaardige vrijstelling; per 2027 blijft er nog maar een symbolisch bedrag over.
In 2026 geldt een substantiële vrijstelling per persoon, plus een kleine heffingskorting. Per 1 januari 2027 daalt de vrijstelling naar een symbolisch bedrag; dat staat al in de wet en bepaalt hoe de peildatum van 1-1-2027 uitpakt. Alle bedragen staan bij de regeling zelf.
art. 5.13 Wet IB 2001
· Vermogen, wonen en gezin
De verlaagde bijtelling voor nulemissieauto’s bestaat in 2026 wél
Een eerste nieuwsbrief meldde dat zij zou vervallen. Dat is achterhaald.
Art. 13bis lid 2 Wet LB 1964 bevat in de toestand per 1-1-2026 de korting onverkort, en zowel de cijferbijlage van 3 maart 2026 als het Handboek van maart 2026 geven het verlaagde percentage voor auto’s met datum eerste toelating 2026. De volledige bijtellingstabel staat bij de regeling zelf.
art. 13bis Wet LB 1964
· Werknemers en uitkeringsgerechtigden
De nihilbijtelling voor een niet-thuis gestalde fiets werkt terug tot 2020
Over eerdere jaren kan nog worden gecorrigeerd.
Een fiets van de zaak die niet of slechts bijkomstig bij je woon- of verblijfadres wordt gestald — zoals een hubfiets voor het traject station–werkplek — kent bijtelling nul. Deze aanpassing werkt terug tot 1 januari 2020, dus over oude jaren kan alsnog worden gecorrigeerd. Weinig bekend en direct verzilverbaar.
Handboek Loonheffingen 2026
· Werknemers en uitkeringsgerechtigden
Partiële buitenlandse belastingplicht loopt nog tot en met 2026 Aflopend
Voor een specifieke groep expats is 2026 het allerlaatste jaar.
Ingekomen werknemers voor wie de werkgever de 30%-regeling over het laatste loontijdvak van 2023 toepaste, kunnen tot en met 31 december 2026 box 2 en box 3 als niet-inwoner aangeven. Bij een groot box 3-vermogen loopt dat op tot vijfcijferige bedragen per jaar. Vanaf 2027 definitief voorbij.
Handboek Loonheffingen 2026
· Werknemers en uitkeringsgerechtigden
De vrijstelling voor oude kapitaalverzekeringen loopt tot 14 september 2029 Aflopend
Een fors bedrag per persoon is vrijgesteld in box 3 — en dat is nu nog een paar jaar zo.
Polissen die op 14 september 1999 al bestonden zijn tot een fors bedrag per persoon vrijgesteld in box 3, en dubbel met een partner. Op 14 september 2029 eindigt die vrijstelling van rechtswege. Zij staat niet in de Wet IB 2001 zelf maar in de invoeringswet — daardoor is dit waarschijnlijk de meest over het hoofd geziene grote vrijstelling.
Invoeringswet Wet IB 2001, onderdeel AN
· Vermogen, wonen en gezin
De huurgrens voor huurtoeslag is per 2026 vervallen
Ben je eerder afgewezen omdat je huur te hoog was? Vraag opnieuw aan.
Vanaf 2026 is de maximale huurgrens geen toegangseis meer, alleen nog een rekenmaximum: het deel van de huur daarboven wordt niet gesubsidieerd. Volgens de Rijksoverheid (nieuwsbericht van 17 december 2024) komen hierdoor 170.000 huishoudens er nieuw voor in aanmerking. Ook de leeftijdsgrens voor jongeren gaat van 23 naar 21 jaar. Dit is waarschijnlijk de grootste onbenutte post van het jaar.
art. 21 Wet op de huurtoeslag
· Vermogen, wonen en gezin
Kinderopvangtoeslag kent géén vermogenstoets
Vermogende ouders vragen hem vaak niet aan omdat ze denken dat het niet mag.
Van de vier toeslagen is de kinderopvangtoeslag de enige zonder vermogensgrens. Wie te veel vermogen heeft voor zorgtoeslag of huurtoeslag, kan dus nog steeds volledige kinderopvangtoeslag krijgen. Bij twee kinderen fulltime dagopvang gaat dat om duizenden euro’s per jaar.
art. 7 Awir en de Wet kinderopvang
· Vermogen, wonen en gezin
Gepensioneerden van 67 tot en met 71 kunnen nog jaarruimte hebben
Iedereen denkt dat lijfrenteaftrek stopt bij de AOW-leeftijd. Dat is niet zo.
AOW en pensioen tellen als belastbaar loon mee in de premiegrondslag. Wie bij aanvang van het jaar de leeftijd van AOW-leeftijd plus vijf nog niet heeft bereikt, kan dus nog aftrekken. Maar de uitkering moet dan binnen vijf jaar na je AOW-leeftijd beginnen en komt bovenop hetzelfde pensioen: wat de aftrek nu oplevert, betaal je dan grotendeels terug. Het is uitstel, geen besparing.
art. 3.127 Wet IB 2001
· Pensioen en levensloop
De reserveringsruimte gaat tien jaar terug — maar de oudste schijf verdampt Aflopend
In 2026 kun je niet-benutte jaarruimte uit 2016 tot en met 2025 inhalen — een fors bedrag in één keer.
In 2027 vervalt de ruimte uit 2016. Wie een grote reserveringsruimte heeft opgebouwd, verliest elk jaar de oudste schijf. Gebruik reserveringsruimte altijd vóór jaarruimte.
art. 3.127 lid 2 Wet IB 2001
· Pensioen en levensloop